Winterse pastinaaksoep

Pastinaaksoep

Soep, ik ben er dol op. Mijn eerste dagelijkse maaltijd (dat is soms “ontbijt”, soms “brunch” en soms “lunch”, maar net wanneer ik honger krijg), bestaat standaard uit soep. Je kunt er zo heerlijk mee variëren en krijgt meteen een flinke portie groenten binnen. Bovendien is het in de winter lekker verwarmend  – en dat is fijn thuiskomen na een rondje kinderen wegbrengen in de kou!

Het weekend maakte ik een grote pan pastinaaksoep, waar ik de rest van de week lekker van kan eten. Pastinaak is lang een vergeten groente geweest, maar weer bezig aan een opmars. Je vindt ze gewoon (biologisch!) in de supermarkt. Het is een winters knolgewas, dus lekker in het seizoen nu. Over de gezondheidsvoordelen van knolgewassen lees je meer in deze post. Pastinaak bevat daarnaast veel vitamine C (een anti-oxidant), vitamine K (goed voor de bloedstolling en de opname van calcium in de botten), Foliumzuur (nodig voor een goede celdeling, genstabiliteit en methyleringsprocessen) en nagenoeg alle andere B-vitaminen. Daarnaast is pastinaak een rijke bron van mineralen. Het bevat:
– mangaan: nodig voor activering van enzymen die een rol spelen in de stofwisseling van vetten en koolhydraten, nodig voor een normale botstructuur en voor de synthese van kraakbeen, belangrijk voor de voortplanting, speelt een rol bij de ontgifting van vrije radicalen
– koper: nodig als bestanddeel van enzymen die een rol spelen bij de energieproductie, oxidatieremming, synthese van adrenaline en de vorming van bindweefsel, essentieel voor de vastlegging van ijzer in hemoglobine, nodig als activator voor enzymen die zuurstof overdragen in cellen, nodig voor de werking van koperbevattende enzymen van het immuunsysteem, van belang voor het bevorderen van de opname van het co-enzym Q10, dat nodig is om het functioneren van de mitochondriën in de cel goed te laten verlopen
– fosfor: biedt in de vorm van fosfaat stevigheid in de botten, zorgt voor energie in het lichaam, speelt een rol bij de stofwisseling en als bouwsteen van enzymen, is belangrijk voor de activiteit van hersenen en zenuwen.

Daarnaast bevat het kleinere hoeveelheden ijzer, magnesium, zink, selenium en calcium. Tot slot is pastinaak rijk aan vezels, wat de spijsvertering ondersteunt en bijdraagt aan een lagere bloedsuikerspiegel.

De smaak van pastinaak is wat zoetig en komt het best tot zijn recht in combinatie met zout, peper en kurkuma. Kurkuma (geelwortel) heeft ontzettend veel gezondheidsvoordelen. Zo is het een zeer sterke indirecte antioxidant en  ontstekingsremmer. Gebruik je het keukenkruid, voeg dan ook peper toe, want dat is nodig om de werkzame stof (curcumine) te activeren.

Tot slot, door zelfgetrokken bottenbouillon te gebruiken in je soep maak je een voedzame en gezonde basis. Bottenbouillon is onder meer rijk aan gelatine, dat een helende werking heeft in de darmen.

Alle reden om dit soepje eens uit te proberen, als je dat nog niet hebt gedaan!

Pastinaaksoep

Dit heb je nodig:
– flink wat pastinaken
– een grote appel
– twee uien
– twee tenen knoflook
– een liter bouillon
– water
– kurkuma, peper, zout (naar smaak)

Zo maak je het:
– schil de groenten en snij alles fijn (de pastinaak mag in grove stukken). Snij de appel in stukjes zonder te schillen.
– verhit kokosolie in een soeppan en fruit hierin de ui en de knoflook.
– voeg de appel toe en laat even meestoven
– roer de kurkuma er doorheen
– voeg de pastinaak toe en roer goed door
– voeg de bouillon toe en zoveel water dat alles net onder staat
– doe het deksel op de pan en laat 20-25 minuten zachtjes koken tot de pastinaak zacht is
– pureer de soep met een staafmixer, voeg eventueel extra water toe als je de soep nog te dik vindt en voeg de kruiden toe.

Lekker met stukjes gekruide kipfilet of voor een vegetarische variant met champignons.

Waarom ik bijna geen zuivel eet

Ik gebruik al jaren (bijna) geen zuivel meer. Los van het feit dat wij als volwassen “zoogdieren” zuivel niet nodig hebben en het stoffen bevat die ons lichaam meer kwaad dan goed doen, krijg ik er ook nog eens eczeem van. Ik zette alle redenen om zuivel uit je voeding te schrappen, op een rijtje.

Melkeiwitten (caseïnen) zijn moeilijk te verteren en kunnen de groei van bepaalde bacteriën stimuleren, waardoor darmproblemen kunnen ontstaan. Melkeiwitten kunnen (koe)melkallergie veroorzaken.  Koemelkallergie komt vrij veel voor. Bij een koemelkallergie reageert het lichaam op de eiwitten in de koemelk door er antistoffen tegen te produceren. Daardoor kunnen allerlei allergische reacties ontstaan, zoals eczeem, spugen en darmkrampen. In geitenmelk zit nog meer caseïne dan in koemelk, dus dat is geen goed alternatief in het geval van koemelkallergie.

Een andere stof die in zuivel voorkomt en mogelijk schade veroorzaakt is lactose. Lactose is een melksuiker. Veel volwassenen verdragen lactose slecht. Bij een lactose-intolerantie zijn de darmen niet in staat om lactose te verteren, waardoor darmklachten kunnen ontstaan. Kinderen maken (als het goed is) een enzym (lactase) aan dat lactose omzet in voor het lichaam bruikbare stoffen, waardoor lactose-intolerantie bij kinderen veel minder voorkomt. Dat is maar goed ook; voor zuigelingen is melk immers de belangrijkste, zo niet enige, voedingsbron. Van alle dierlijke melksoorten bevat moedermelk de meeste lactose. Lactose uit moedermelk is dan ook zeer belangrijk voor baby’s; het levert energie, draagt bij aan een goede darmflora en bevordert de opname van calcium. De aanmaak van het enzym lactase neemt af na het derde levensjaar (een mooi voorbeeld van het feit dat de natuur simpelweg niet heeft bedoeld dat we ons hele leven melk drinken) waardoor het dus goed mogelijk is dat je pas op latere leeftijd intolerant wordt voor lactose. Noord-Europeanen lijken nog het best aangepast tot het verteren van lactose dankzij een genmutatie. Bij Aziaten en Afrikanen ligt het percentage mensen dat lactose-intolerant is boven de 90 %.

Nog een reden waarom zuivel wordt vermeden, is dat de hormonen van de koe die in koemelk zitten, gevolgen kunnen hebben voor onze eigen hormoonhuishouding. Koemelk bevat enorm veel groeihormonen: het is immers voor de overlevingskansen van een kalfje van groot belang dat het zo snel mogelijk groot en sterk wordt. Voor mensenbaby’s gaat dit (gelukkig) niet op. Daarnaast zorgen melkproducten ervoor dat de productie van slijm toeneemt (misschien heb je wel eens gehoord dat er wordt geadviseerd geen melk te drinken als je verkouden bent? hierom dus!), niet alleen in de darmen (met gevolgen voor de verteerbaarheid van voeding en de opname van voedingsstoffen) maar ook in de luchtwegen (met als gevolg: snotteren en hoesten). Zeker voor mensen met luchtwegaandoeningen is het aan te bevelen om zuivel te laten staan.

Tot slot is de verhouding van mineralen in melk verre van optimaal, waardoor de consumptie van melk eerder bijdraagt aan het ontstaan van botontkalking dan dat het er tegen helpt. Dat werkt zo. Fosfor, calcium en magnesium moeten in het lichaam in een bepaalde verhouding tot elkaar zijn. Wordt de verhouding verstoord, dan gaat het lichaam aan het werk om deze meteen te herstellen. Is er ineens veel meer fosfor, bijvoorbeeld na het drinken van melk (melk is behalve rijk aan calcium, ook zeer rijk aan fosfor en zeer arm aan magnesium), dan zal het lichaam mineralen aan botten gaan onttrekken om te verhouding weer recht te breien. Dat proces noemen we demineralisering en draagt bij aan botafbraak. Maar als je geen melk drinkt, waar haal je dan je calcium vandaan? Uit onder andere groente. Rucola, broccoli, knoflook, boerenkool en spinazie zijn voorbeelden van groenten die veel calcium bevatten. Ook bepaalde vissoorten zoals sardientjes zijn rijk aan calcium. Als je zorgt dat je dagelijks meer dan voldoende groenten binnen krijgt (denk aan 750 gram tot 1 kilo), voldoende dierlijke eiwitbronnen eet en flink afwisselt, krijg je voldoende calcium binnen die bovendien in een goede verhouding staat tot de andere mineralen. En daarmee doe je je botten een groot plezier!

Gebruik jij zuivel in je voeding? Waarom wel of niet? Laat het weten in een reactie!

Bouwstoffen in je voeding: micronutriënten

De laatste post in de serie “Bouwstoffen in je voeding” gaat over piepkleine maar oh zo belangrijke deeltjes in je voeding: de micronutriënten. Micronutriënten zijn vezels, vitaminen, mineralen, spoorelementen en bioflavonoïden.

Vezels spelen een belangrijke rol in de spijsvertering. Ze zorgen voor een goede peristaltiek in de darm en daarmee voor een goede doorstroming van de voedselbrij door de darmen. Verder geven ze een verzadigd gevoel en vormen ze voer voor goede darmbacteriën, waardoor de darmflora in stand wordt gehouden. Vezels waar onze darmen blij van worden bevinden zich vooral in groene bladgroenten. Het is gunstig voor je darmen om daar dagelijks een portie van te eten.

Vitaminen hebben tal van functies in ons lichaam. Ze kunnen maar heel beperkt door ons lichaam zelf gevormd worden, dus we zijn voor een groot deel afhankelijk van voeding om er voldoende van binnen te krijgen.

Mineralen (zoals bijvoorbeeld calcium, magnesium, fosfor) spelen een onmisbare rol in de (cel)stofwisseling. Mineralen kunnen niet worden aangemaakt door het lichaam en moeten dagelijks in onze voeding aanwezig zijn.

Spoorelementen (zoals zink, ijzer, koper) hebben een belangrijke functie bij de bouw en werking van enzymen en hormonen. We hebben er maar weinig van nodig, maar toch zijn ze onmisbaar. Vitaminen en mineralen bevinden zich in zowel dierlijke als plantaardige voedingsmiddelen.

Bioflavonoïden zijn bio-actieve stoffen uit planten en bloemen die mede verantwoordelijk zijn voor de kleur van die plant of bloem. Ze hebben in ons lichaam zeer veel verschillende functies. Zo hebben ze onder meer een werking als anti-oxidant en ontstekingsremmer. Hoe meer verschillende bioflavonoïden je binnenkrijgt, hoe beter het is. Daarom wordt weleens gezegd: eet dagelijks de regenboog. Met zoveel kleuren op je bordje krijg je alle benodigde bioflavonoïden binnen. Biologisch geteelde groenten en fruit bevatten meer bioflavonoiden dan niet biologisch geteelde planten. Bioflavonoïden kunnen uit planten worden geëxtraheerd en tot supplement worden verwerkt, waarmee een sterke concentratie ineens kan worden ingenomen. Zodoende kunnen ze worden ingezet als ondersteuning in genezingsprocessen.

Nu je na het lezen van mijn vier artikelen over bouwstoffen in je voeding, precies weet welke voedingsmiddelen het gunstigst zijn voor je lichaam, daag ik je uit hiermee te gaan experimenteren. Denk eens out-of-the-box, kijk in de supermarkt, op de markt of bij de groentenman eens naar al die groenten die je normaal links liet liggen. Maak vrolijke bordjes en probeer eens of je aan 120 verschillende voedingsmiddelen in 10 dagen kunt komen (groenten en fruit zonder herhalingen). Laat je in een reactie weten of het lukt?

Vind je het allemaal reuze interessant maar kan je wel wat hulp gebruiken bij het aanpassen van je voedingspatroon? Het is een belangrijk onderdeel van mijn coachingsprogramma BOOST!. Hier lees je meer: http://www.lifestyleacademie.nl/boost.

Wil je iets kwijt? Deel het in een reactie!