Te weinig energie? Doe deze 5 dingen!

Vanmorgen werd ik wakker. Het was 4.45 uur, een klein meisje klopte op mijn hoofd: “Mama, ik wil bij jou!” Tuurlijk schatje, het bed is groot genoeg, kom er gezellig bij. En zij sliep weer verder. Ik helaas niet. Ik werd gewekt uit een heerlijke diepe slaap, maar duidelijk te vroeg. Het lukte me niet om goed wakker te worden. Op het moment dat ik dit schrijf, voel ik me nog steeds wat wazig (ondanks de koffie). Alsof ik in een grote opblaasbal zit (zo een als in Bridget Jones’s Baby, voor wie die film heeft gezien ;-)). Alsof er een pak watten in mijn hoofd is gestopt. Ik ben niet vooruit te brànden. Is het al bijna vanavond? Ik wil naar bed!

Ik realiseer me ineens dat er een tijd was dat ik me altijd zo voelde. Iedere dag. Alsof ik in een soort mist leefde die maar niet wilde optrekken. Ik deed heus mijn ding wel hoor, maar met het gevoel alsof nooit iets vanzelf ging. Het dagelijkse gedoe dat min of meer op de automatische piloot ging, redde ik nog wel. Gedoe waar ik over moest nadenken ook wel, als ik er maar vooral veel tijd voor had. Maar de meer ad hoc dagelijkse dingen als een gesprek voeren dat verder ging dan een paar beleefdheidsfrasen, vergaderen, naar een verjaardag (of ander feestje) gaan en daar dan ook nog gezellig doen, een beslissing nemen of een spontane afspraak maken, kostten zo bizar veel moeite. Laat staan als er iets misliep en ik onmiddellijk actie moest ondernemen…dan kwam de stress mijn oren uit. Herkenbaar? Allemaal tekenen van een energietekort!

Hoe dat werkt? It’s all about energy: het gaat allemaal om de energieverdeling in je lichaam. Ben je gezond en werken processen in je lichaam zoals ze behoren te werken, dan heb je heel veel energie om lekker te leven. Gaan er echter dingen niet goed in je lichaam, dan zie je onmiddellijk een verschuiving in het energieverbruik. Sommige processen verbruiken dan zoveel energie, dat andere processen op een laag pitje komen te staan. En dat voel je! Een mooi voorbeeld is stress. Als zich stress voordoet, bijvoorbeeld in de hoedanigheid van een veel te snel dichterbij denderende deadline, dan raakt alles in jou gefocust op het oplossen van het probleem dat de stress veroorzaakt. Je wilt die deadline per se halen. Je lijf werkt daar vrolijk aan mee. Het zorgt voor wat extra adrenaline, zodat je nog even door kunt gaan. Het houdt cortisol hoog, zodat het stresssysteem kan blijven werken. Het geeft je focus en doorzettingskracht. Erg empatisch ben je tijdens zo’n stressaanval waarschijnlijk niet. Veel zin sex is er ook niet bij en het is maar de vraag of je wel tot slapen komt. Het lichaam zet dus sommige processen op scherp, ten koste van andere. Duurt de stress niet te lang, dan zie je dat je er vrij snel weer van herstelt: deadline gehaald, adrenaline en cortisol dalen naar normale niveaus en je komt tot rust. Hèhè, je bent er weer.

Maar wat als je te lang in zo’n stresssituatie zat? Als er keer op keer op keer een deadline bijkomt? Als niet alleen je werk extra aandacht vraagt, maar ook je moeder ziek is, je beste vriendin in scheiding ligt en je kleuters elkaar voortdurend in de haren vliegen (het is een fase…)? Dan gaat er zoveel energie naar het stresssysteem, dat andere processen tekort beginnen te komen. Dan komt er een infectie bij die maar niet over wil. Dan gaat ineens je cyclus rommelen. Uit het niets, zonder aanleiding (denk je). Dan hou je maandenlang last van je zomaar ineens verstuikte enkel. Dan speelt er een slijmbeursontsteking op. Krijg je opeens buikpijn van het eten van appels. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Want dat is precies wat ik voortdurend zie gebeuren in mijn praktijk. En natuurlijk lap ik je dan weer op! Maar liever wil je de problemen voorkomen ;-).

Voorkomen? Kan dat dan? YUP! Het is nooit te laat (te vroeg overigens ook niet) om de energiebalans in je lijf te herstellen. Als ziekte ontstaat door een scheefgeraakte energieverdeling, dan ontstaat herstel door het terugbrengen van de balans. Vijf dingen die je zelf kunt doen:

  1. Zorg dat je bioritme zich herstelt door in de eerste plaats aandacht te hebben voor slaap. Op tijd naar bed, lang genoeg en voldoende diep slapen zijn absoluut nodig om je energie te helpen herstellen.
  2. Eet gezond. Veel eiwitten, gezonde vetten en groenten. Een beetje fruit. Maar vooral: geen troep. Geen pakjes, zakjes, chips, snoep, koek en chocola (nou vooruit. Die af en toe dan wel. Maar wel > 70% puur).
  3. Sport nuchter. Vóór het eten dus. Dit zorgt voor verbetering van de werking van de mitochondriën, de energiefabriekjes van je lichaam.
  4. Ontspan. Geef je lichaam af en toe eens even rust. Doe iets wat je echt heel leuk vindt, of doe gewoon even helemaal niets. En geniet.
  5. Zet eventueel supplementen in die energie leveren, zoals ribose, magnesium en Q10. Ik raad je overigens altijd aan om over het gebruik van supplementen met een deskundige te overleggen en deze niet zomaar te nemen.

Wat je ook kunt doen, is samen met mij aan de slag gaan. Geef jezelf een BOOST!. Dan heb je deze zomer iets te doen (mocht je je vervelen) en ga je superfit 2018 in. Hoop je snel te spreken!

– Femke
www.voedenderwijs.nl

Chronisch ziek: misschien heb je baat bij het Auto-Immuunprotocol

Misschien heb je wel eens gehoord van het Auto-Immuunprotocol. Het Auto-Immuunprotocol (AIP) is een eliminatiedieet waarbij in de eliminatiefase en aantal voedingsmiddelen worden geschrapt, om deze later weer stapsgewijs te herintroduceren. De voedingsmiddelen die worden geschrapt zijn voedingsmiddelen waarvan bekend is dat veel mensen er allergisch voor zijn of er gevoelig op reageren, voedingsmiddelen die het immuunsysteem kunnen activeren en/of voedingsmiddelen die kunnen bijdragen aan het ontstaan en in stand houden van een lekke darm.

Wie hebben er baat bij het AIP?
Iedereen zou het AIP kunnen volgen. Omdat het in het algemeen wel als een flinke beperking wordt ervaren, adviseer ik de overstap naar het AIP vooral aan mensen met (chronische) gezondheidsklachten die na het schrappen van voedingsmiddelen als granen, peulvruchten, zuivel en chemische toevoegingen nog geen of onvoldoende verbetering ervaren.

Welke voedingsmiddelen worden bij het AIP vermeden?
Voedingsmiddelen die in de eliminatiefase van het Auto-Immuunprotocol niet gegeten worden zijn: granen en pseudo-granen, peulvruchten, zuivel, chemische toevoegingen, suiker, noten en zaden, nachtschades, kruiden van zaden en nachtschades, eieren, alcohol, koffie en chocola. Door deze voedingsmiddelen te vermijden, krijgen je darmen de kans om tot rust te komen. Er komen minder schadelijke stoffen je lichaam binnen, waardoor je gezondheidsklachten afnemen. Zodra je lichaam tot rust is gekomen, kan je starten met het een voor een herintroduceren van voedingsmiddelen. Hoe lang dat duurt, is voor iedereen anders. De een merkt al na een maand effect, de ander pas na een half jaar. Als je het effect begint te merken, dan kan je starten met de herintroductie.

In tegenstelling tot een van de uitgangspunten van het “officiële” AIP, ben ik geen voorstander van het regelmatig eten van zoogdiervlees (zoals rund-, varkens- en schapenvlees en wild), zelfs niet als dat kwalitatief hoogwaardig is (van dieren die het hele jaar buiten verblijven, die veel beweging krijgen, geen antibiotica krijgen en niet met graan gevoerd worden). Zoogdiervlees kan een trigger zijn voor auto-immuniteit, reden waarom het in mijn optiek niet overvloedig thuishoort in een protocol tegen auto-immuniteit.

Wat eet je dan nog wel?
Gelukkig zijn er meer dan genoeg groenten en fruit die niet in de verboden zone van het AIP vallen. Je moet alleen net even wat verder kijken dan je gewend bent. Van belang is dat de voedingsmiddelen die je eet, van zo hoog mogelijke kwaliteit zijn: biologisch geteelde groenten, (biologisch) vrije uitloop gevogelte, wilde vis met keurmerk, zelfgetrokken bottenbouillon. Het komt er dus op neer dat je geen voedingsmiddelen eet die schade kunnen aanrichten en juist wel voedingsmiddelen eet die bijdragen aan herstel van je lichaam. Ook is variatie heel belangrijk: hoe meer verschillende soorten planten je eet, hoe beter het is.

Had jij al wel eens gehoord van het AIP? Of heb je het misschien zelfs al wel gevolgd? Wil je meer weten? Deel je ervaringen en vragen in een reactie!

 

Bouwstoffen in je voeding: vetten

Vetten hebben een nogal negatief imago. Nog steeds is de heersende gedachte (ten onrechte!) dat om af te vallen, je voeding zo vetvrij mogelijk moet zijn. Aan vetten is onterecht toegeschreven dat ze verantwoordelijk zouden zijn voor de toename van onder meer obesitas. Onlangs was nog uitgebreid in de media dat de suikerindustrie in de jaren 60 haar invloed heeft aangewend om onderzoeken die wezen op het verband tussen suiker en obesitas, onder tafel te vegen en vetten aan te wijzen als boosdoener. Gelukkig weten we inmiddels beter.

Wat doet het lichaam eigenlijk met vet? Het is een belangrijke bouwstof van het lichaam: de celmembranen van alle cellen in het lichaam zijn gemaakt van vetmoleculen. Het is een belangrijke energieleverancier en is onder meer nodig om de vetoplosbare vitaminen A, D, E en K op te nemen. Ook is het nodig voor het zenuwstelsel, voor de spijsvertering en voor de werking van een aantal hormonen. Wist je dat de hersenen voor 60% uit vet bestaan? Met een dieet zonder gezonde vetten doe je je lichaam zwaar tekort: vetten zijn van levensbelang!

Vetten zijn onder te verdelen in dierlijke en plantaardige vetten, in verzadigde en onverzadigde vetten.

Verzadigde vetten vind je voornamelijk in dierlijke producten en in kokosnoot. In dierlijke producten komen met name lange vetzuurketens voor, in kokosvet middellange vetzuurketens. Het verschil daartussen is dat de lange ketens er langer over doen om te verwerkt te worden in je lichaam; ze geven langer een verzadigd gevoel. De middellange ketens daarentegen kunnen sneller door het lichaam worden gebruikt als energiebron.

Verzadigd vet is hard bij kamertemperatuur. Het oxideert niet snel, in tegenstelling tot onverzadigd vet. Oxidatie wil zeggen dat het vet verbindingen aangaat met zuurstof, waardoor vetmoleculen worden afgebroken. Vet wordt daardoor ranzig: er komen onaangenaam ruikende en smakende stoffen vrij, de voedingswaarde gaat verloren en vitamines worden afgebroken. Oftewel, het bederft en wordt schadelijk voor je lichaam. Oxidatie vindt over het algemeen sneller plaats bij hogere temperaturen. Verzadigd vet heeft een veel hoger rookpunt (het moment waarop het vet gaat oxideren) dan onverzadigd vet en is daarom veel geschikter om te verhitten (koken, bakken en frituren).

Dierlijke vetten die geschikt zijn om mee te koken of bakken zijn spekvet, reuzel, niervet (ossewit) of ganzenvet. Kokosolie is een plantaardig vet dat geschikt is om te verhitten.

Onverzadigd vet dient in het lichaam onder meer als bouwsteen voor celwanden en het zenuwstelsel. Onverzadigd vet is vloeibaar bij kamertemperatuur. Het zit onder meer in olijfolie en avocado-olie. Die zijn vooral geschikt voor koud gebruik, zoals over salades of in dressings. Onverzadigd vet heeft een laag rookpunt en oxideert al snel bij verhitting. Dat geldt niet alleen als je het gebruikt om in te bakken, maar ook in een productieproces waarin de olie wordt bewerkt om bijvoorbeeld te ontgeuren of de smaak milder te maken.

Sommige onverzadigde vetzuren kan het menselijk lichaam niet zelf maken uit andere vetzuren. Deze zogenaamde essentiële vetzuren (alfa-linoleenzuur (een omega 3-vetzuur) en linolzuur (een omega 6-vetzuur)) moeten daarom worden opgenomen via de voeding. Andere vetzuren kan het lichaam wel zelf produceren, al is het effectiever (scheelt energie) om ze eveneens via de voeding binnen te krijgen.

De inname van omega 3 en 6-vetzuren moet wel in een bepaalde verhouding tot elkaar staan, ideaal is 1:1 tot 1:4. In het huidige Westerse dieet is deze verhouding door de grote hoeveelheden omega 6-bevattende plantaardige oliën en door het gebruik van omega 6-rijk graan en soja, enorm scheef gelopen: deze houdt het midden tussen de 1:10 en 1:25. Dat is bijzonder ongunstig voor het functioneren van de mechanismen die verantwoordelijk zijn voor het oplossen van ontstekingen, waarbij zowel omega 3 als omega 6-vetzuren een rol spelen.

Omega 3 en 6-vetzuren beïnvloeden elkaar. Omega 3-vetzuren zijn ontstekingsremmend, terwijl omega 6-vetzuren ontstekingsbevorderend zijn. Hoewel je in het algemeen niet zit te wachten op iets ontstekingsbevorderends, heeft omega 6 toch een nuttige taak. Het zorgt ervoor dat het lichaam reageert op de aanwezigheid van indringers zoals bacteriën en virussen door een ontstekingsreactie te veroorzaken. Tegelijkertijd zorgt het ontstekingsremmende omega 3 ervoor dat de ontstekingsreactie in de hand wordt gehouden, zodat je niet aan iedere onschuldige infectie bijna dood gaat. Als je echter veel meer omega 6- dan omega 3-vetzuren in je lichaam hebt, dan laat het gevolg zich raden: de veroorzaakte ontsteking wordt onvoldoende geremd. Uiteindelijk kan hierdoor een voortdurende ontstekingsstand ontstaan, wat een flinke belasting voor je lichaam is en wat kan bijdragen aan het ontstaan van chronische ziekten.

Om de verhouding tussen de omega’s minder scheef te trekken, zou je er goed aan doen om minder omega 6 binnen te krijgen en meer omega 3. Omega 6 vind je vooral in granen, peulvruchten, soja, noten, zaden en geraffineerde plantaardige oliën (zoals zonnebloemolie) en vlees van graangevoerde dieren. Omega 3 vind je in vette vis, schaal- en schelpdieren en vlees van grasgevoerde dieren. Omega 3 uit plantaardige bronnen (walnoten, lijnzaad) voegt helaas weinig toe: het lichaam kan deze vorm van omega 3 maar heel moeilijk omzetten in de benodigde vorm.

Transvet
Een aparte categorie vormen de transvetten. Daar hoeft je maar één ding van te onthouden: slecht! Transvet is een niet natuurlijk product dat je lichaam niet nodig heeft. Transvetten ontstaan bij het harden van plantaardige oliën (bijvoorbeeld om plantaardige oliën smeerbaar te maken). Schadelijke transvetzuren komen ook voor in gehydrogeneerde oliën (hydrogenatie is een manier om oliën langer houdbaar te maken). Je vindt ze in sauzen, dressings, producten van banketbakkerijen, kant- en klaarmaaltijden, margarines, knapperige en voorgebakken (graan-)producten, zoutjes, koek, snoep, soepen, etc. Ook in snackbarproducten kunnen aanzienlijke hoeveelheden transvetten zitten.

Transvet wordt door het lichaam gezien en verwerkt als een onverzadigd vet. Transvetten zijn echter, in tegenstelling tot onverzadigde vetten, niet flexibel. Als het lichaam transvetten (in plaats van onverzadigde vetten) gaat gebruiken voor de opbouw van cellen, omdat het lichaam transvetten ziet als een onverzadigd vet, worden de celmembranen minder bewegelijk en kunnen ze hun functie minder goed uitoefenen. Dat is vragen om problemen….

Transvet komt ook voor in vet van dierlijke oorsprong, als natuurlijk bijproduct van lichaamsprocessen. Het is aannemelijk dat deze transvetten niet zo ongezond zijn als die uit industriële bewerking; het is immers een natuurlijk product. Het aandeel hiervan in onze voeding is zo klein dat het niet te vergelijken is met de hoeveelheid gehydrogeneerde transvetten die in (voor)bewerkte voedingsmiddelen zitten. Het zijn echt de kant-en-klare koekjes, snoepjes, chips, sausjes en soepjes die de meeste schade toebrengen…

Natuurlijke producten en afwisseling
Net zoals bij de overige macronutriënten, geldt ook bij het gebruik van vetten dat je het beste de meest natuurlijke, minst bewerkte producten kunt gebruiken. Neem liever roomboter in plaats van zwaar bewerkte plantaardige baksters en margarines. En ook met vetten is het het beste om zoveel mogelijk af te wisselen. Bak niet altijd in kokosolie, maar gebruik het afwisselend met roomboter (als je lactose verdraagt), ghee (voor als je geen lactose verdraagt) spekvet, ossewit of reuzel. Maak je salade ook eens met een notenolie (als je noten verdraagt) of avocado-olie in plaats van olijfolie.

Het toevoegen van gezonde vetten is een van de gemakkelijkst te veranderen onderdelen van je voeding; het is simpelweg “vervangen van”. Hier valt dus een heel makkelijke gezondheidsslag te maken!

Hoe ga jij om met vetten in je voeding? En welke vetten ga jij als eerste vervangen? Laat het weten in een reactie!

Chronische ziekten: de oplossing

Heb je een chronische ziekte, dan is de kans groot dat je al talloze artsen bent af gelopen. Wellicht gebruik je medicijnen, of heb je te horen gekregen dat je maar met je ziekte moet leren leven. De reguliere geneeskunde heeft geen oplossing voor chronische ziekten.

Reguliere geneeskunde is gericht op het bestrijden van de symptomen. Medicijnen, zoals pijnstillers of ontstekingsremmers, zijn effectief in het bestrijden van symptomen als pijn en ontstekingen. Ze onderdrukken de werking van het immuunsysteem. Hierdoor heb je enerzijds minder last van je ziekte, maar loop je anderzijds meer kans op andere ziekten. Het onderdrukte immuunsysteem reageert niet meer adequaat op aanvallen van buitenaf, waardoor infecties meer kans hebben. Je loopt het risico dat je bijvoorbeeld vaker antibiotica nodig hebt.

Behandeling door een regulier arts kan absoluut (tijdelijk) nodig zijn om grip te krijgen op de ziekte, maar het gebruiken van medicijnen om de symptomen onder controle te houden, is meestal niet de oplossing. Zolang alleen de symptomen worden onderdrukt, wordt de onderliggende oorzaak van je chronische ziekte niet wordt opgelost.

Bij auto-immuunziekten loop je door onderdrukking van het immuunsysteem met medicijnen de kans om nieuwe auto-immuunreacties te ontwikkelen: we zien vaak dat auto-immuunziekten zich in de loop van de tijd gaan stapelen.

De PNI-aanpak
De PNI, Psycho-Neuro-Immunologie, is de wetenschap die zich bezighoudt met de invloed van emoties (psycho) en het zenuwstelsel (neuro) op het immuunsysteem. Elke ziekte begint bij een falend immuunsysteem en de oorzaak daarvan ligt in het zenuwstelsel en/of de psyche. Binnen de PNI wordt op een andere manier gekeken naar ziekten. In plaats van symptomen te bestrijden, wordt gezocht naar de oorzaak van de ziekte en de oplossing daarvan. Een van de middelen die daarbij wordt ingezet is het aanpassen van voedings- en leefstijl, omdat deze een grote rol spelen bij het ontstaan van auto-immuunziekten.

Ik ga met jou op zoek naar die oorzaak en pak de bron van het probleem aan, in plaats van de symptomen te bestrijden. Naast voeding en supplementen, spelen ook beweging, bioritme (slaap!), ontspanning en het reguleren van emoties een belangrijke rol bij het oplossen van ziekte. Deze dingen zijn allemaal met elkaar vervlochten. Wil je je ziekte echt oplossen, dan zul je aan alle aspecten moeten werken. Natuurlijk kan je vooruitgang boeken door te werken aan één of enkele aspecten, maar het geheel samenpakken levert het beste resultaat.

Hoe ziet zo’n PNI-aanpak er uit? Allereerst besteed ik ruim aandacht aan voeding en suppletie. Wat doet voeding met je lichaam? Wat eet je en hoe vaak? Wat drink je en wanneer? Heeft je lichaam extra ondersteuning in de vorm van suppletie nodig?

Daarnaast kijk ik naar bioritme. Het bioritme speelt een sleutelrol in de werking van het immuunsysteem, omdat dit invloed heeft op onder meer de productie van cortisol. In je slaap vinden talrijke herstelprocessen plaats. Daarom is het van groot belang om ervoor te zorgen dat je voldoende lang en diep slaapt.

Ook beweging is essentieel. Niet of onvoldoende bewegen heeft een zeer ongunstige invloed op het ontstaan van ziekten. Tegelijkertijd is te intensief bewegen ook niet goed, want dat is weer stress (denk aan cortisol) voor het lichaam.

Het onder de loep nemen van stress, ontspanning en emoties is een belangrijk onderdeel in mijn aanpak. Dagelijks staat ons lichaam bloot aan stress. Stress doet zich voor in allerlei vormen, zoals voedingsmiddelen waar je lichaam moeite mee heeft, een deadline die gehaald moet worden, bezorgdheid over je kinderen, een relatie die niet lekker loopt, dreigend ontslag, geldzorgen, ziekte. Voor ontspanning hebben we vaak maar weinig tijd. Ook negatieve emoties worden onderbelicht. Maar wat er niet uit kan, blijft in je systeem hangen en heeft onvermijdelijk negatieve gevolgen.

Tot slot besteden we aandacht aan prikkels in de vorm van warmte/koude, honger/dorst, kortom: prikkels om uit je comfort-zone te komen. Deze comfort-zone lijkt geweldig, maar is op den duur helemaal niet zo comfortabel. Het zijn juist oncomfortabele prikkels die ons lichaam aanzetten tot aanpassing en die ons lichaam flexibel houden. In een lichaam dat zich goed aan veranderende omstandigheden kan aanpassen, werkt het immuunsysteem ook beter. Daardoor ben je beter bestand tegen ziekte.

In mijn behandeling komen alle bovengenoemde aspecten uitgebreid aan bod. In duidelijke, behapbare stappen leer je om zelf aan de slag te gaan met deze aspecten en krijg je controle over je ziekte. Niet alleen vertel ik je wát je moet doen, ik vertel je ook hóé en waaróm. Want als je de reden kent en begrijpt, is het veel gemakkelijker om vol te houden.

Meer weten? Let me know! https://www.femkevandoesburg.nl/contact

Oorzaken van chronische- en auto-immuunziekten (deel 2)

In het vorige artikel heb ik een aantal oorzaken besproken die bijdragen aan het ontstaan van ziekten. Een belangrijke andere oorzaak is gelegen in de darmen.

Lekke darm
Een belangrijke oorzaak voor die bijdraagt aan overactiviteit van het immuunsysteem ligt in de darmen. De darmen zijn opgebouwd uit slijmvliezen en epitheelcellen en vormen een barrière tussen de buitenwereld en de rest van je lichaam. Darmen kunnen voedingsstoffen doorlaten naar het lichaam. Dat gebeurt met behulp van zogenoemde tight junctions. Dit zijn minuscule poortjes tussen darmcellen die open en dicht kunnen. Normaliter zijn de poortjes gesloten en laten selectief voedingsstoffen door. Doordat de poortjes gesloten zijn, kunnen eventuele pathogenen het lichaam niet in, althans niet in grote hoeveelheden. De kleine hoeveelheid schadelijke beestjes dat meelift met de voedseldeeltjes die wèl worden doorgelaten, kunnen normaliter prima onschadelijk worden gemaakt door het aangeboren immuunsysteem dat direct achter de barrières altijd op wacht ligt om in te grijpen wanneer dat nodig is.

Het darmslijmvlies en de darmcellen worden gevoed en in stand gehouden door de darmbacteriën. Iedere mens heeft zijn eigen “print”, zijn eigen bevolking aan bacteriën. Deze bacteriën produceren voedingsstoffen voor de darmcellen en helpen zo de darmen gezond te houden. Er is een groot aantal omstandigheden van invloed op de samenstelling van onze darmbacteriën en daarmee op het in stand blijven van de slijmvlieslaag in de darmen. Allerlei microdeeltjes uit toevoegingen aan voedingsmiddelen, farmaceutische middelen, tandpasta, schadelijke voedingsmiddelen zoals als gluten, capsaïcine (uit peper), lectinen en saponinen, alcohol, antibiotica maar ook stress hebben tot gevolg dat de darmwand verslechtert.

Als de omstandigheden voor onze darmbacteriën verslechteren, heeft dat tot gevolg dat ze minder voedsel kunnen produceren voor de darmcellen, die daardoor minder goed worden onderhouden en minder goed in staat zijn om de tight junctions te reguleren. Het gevolg is dat de tight junctions te vaak open blijven staan of zelfs geheel verdwijnen en er allerlei ongewenste stoffen, nog onvoldoende afgebroken eiwitten uit de voeding en bacteriën ongehinderd het lichaam in kunnen stromen. We noemen deze situatie een “lekke darm”.

Als de darmwand te doorlaatbaar wordt, dan komen er meer ongewenste stoffen (pathogenen) het lichaam binnen dan de bedoeling is en teveel voor het aangeboren immuunsysteem om op te vangen. De ongewenste deeltjes die ontsnappen, zorgen elders in het lichaam (waar ze alsnog worden opgevangen) voor een ontstekingsreactie. Zo ontstaat een situatie van een laaggradige (dat wil zeggen, zonder koorts) ontsteking in het gehele lichaam. Als het aangeboren immuunsysteem de situatie niet meer kan opvangen, wordt het verworden immuunsysteem erbij ingeschakeld om de pathogenen te lijf te gaan. Het het immuunsysteem blijft continue actief tegen de continue stroom indringers: de laaggradige ontsteking wordt chronisch. Deze situatie kan lange tijd voortduren.

Maar zoals al eerder beschreven, wordt door deze voortdurende activiteit de kans groter dat het immuunsysteem foutjes gaat maken: dat het meer auto-anti-stoffen produceert en deze niet meer onschadelijk maakt.

Het ontstaan van een lekke darm gaat bij de ene persoon sneller dan bij de andere. Ook het ontwikkelen van symptomen (buikpijn, kramp, verteringsproblemen, gasvorming, opgezwollen darmen) gaat bij de een sneller dan bij de ander. Dat je er niets van merkt, wil helaas niet altijd zeggen dat er niets aan de hand is…

Dysbiose in de darm
Darmdysbiose is een situatie waarin de samenstelling van de darmbacteriën zodanig is verstoord, dat sommige bacteriesoorten te weinig aanwezig zijn en andere teveel. Of  een situatie waarin bacteriën zich op de verkeerde plek bevinden, bijvoorbeeld in de dunne darm in plaats van in de dikke darm. Dergelijke verstoringen van de darmflora hebben direct invloed op ons immuunsysteem. Dambacteriën ondersteunen het immuunsysteem bij de verdediging tegen pathogenen. De darmflora is immers een barrière met de buitenwereld, bedoeld om indringers tegen te houden.

Als de populatie darmbacteriën verstoord raakt en er onvoldoende goede en teveel slechte bacteriën groeien, wordt het immuunsysteem onvoldoende ondersteund vanuit de darmen. Bovendien wordt de kwaliteit van de darmflora hierdoor slechter, wat bijdraagt aan het ontstaan van een lekke darm. Een van de belangrijkste oorzaken van dysbiose in de darm is een te eenzijdig dieet, dat een te groot aandeel aan voedingsmiddelen bevat die schade veroorzaken en te weinig variatie in voedingsmiddelen. Een andere belangrijke oorzaak is het gebruik van antibiotica, die immers niet alleen schadelijke maar ook goede bacteriën doden en op die manier een verstoring in de flora kunnen veroorzaken.

Heb jij wel eens last van je darmen? Wat ervaar je dan? Laat het weten in een reactie!