Grip op je schild(ge)klier

Mijn vorige blog gaf een heleboel informatie over schildklierproblemen. Herkende je jezelf daarin? En als je daar nou last van hebt, wat kan je dan zelf doen? Ik geef je 5 praktische tips:

Tip 1
Krijg voldoende voedingsstoffen binnen die nodig zijn voor de werking van de schildklier:
Eiwitten en specifiek de aminozuren L-tyrosine en L-phenylalanine. Deze vind je in dierlijke eiwitten, zoals vis en gevogelte. Hoe meer beweging de dieren hebben gehad, hoe meer spieren en dus eiwitten ze bevatten.
De mineralen selenium, jodium, zink, koper, mangaan. De eerste vier vind je vooral in zeevoeding (vis, schaal- en schelpdieren, zeewier) en in mindere mate ook in groenten. Mangaan komt voor in groenten (artisjokken, asperges, spinazie, boerenkool en rode bietjes), in fruit (druiven, perziken, rode en zwarte bessen, frambozen en bananen) en in cacao, rode wijn en thee.
De vitaminen A, B, C, D en E. Vitamine A, D en E komen vooral voor in dierlijke producten en met name levertraan. Vitamine A komt ook voor in felgekleurde (groen, geel, rood, oranje) groenten en fruit. De grootste bron van vitamine D is zonlicht. Vitamine E komt ook voor in meervoudig onverzadigde oliën, zaden en noten. De B-vitaminen vind je in dierlijke producten en met name orgaanvlees, in noten en in paddestoelen. Vitamine B6 en B11 vind je, evenals vitamine C, ook in groenten en fruit.
Anti-oxidanten: vitamine E, vitamine C, gluthation en indirecte anti-oxidanten. Gluthation komt voor in verse groenten en fruit, vis- en vleesproducten, maar met name asperges, avocado, en walnoten. Indirecte anti-oxidatieve stoffen zijn resveratrol (uit druiven en rode wijn), alliicine (uit knoflook), curcumine (uit geelwortel) en sulforafaan (uit broccoli).

Tip 2
Beperk je stress (of ga er anders mee om).
Stress is een belangrijke oorzaak van schildklierproblemen. Is stress een ding in jouw leven? Maak je je snel druk? Welke stressbronnen kan je met een simpele, praktische oplossing wegnemen? Hoe kan je stress vermijden? En: als de stressbron niet te vermijden is, hoe kan je dan je houding ten aanzien van deze bron veranderen?  Je kunt bijvoorbeeld letterlijk besluiten je niet meer druk te maken over iets dat toch niet opgelost kan worden. Het is zoals het is, laat het los, laat het gaan ;-)… Kom je niet los van de stress, dan is het goed om samen met iemand te kijken naar hoe je het kunt aanpakken.

Tip 3
Los onderliggende problemen met je immuunsysteem op.
Een van de grootste triggers voor chronische activatie van het immuunsysteem is dat er voortdurend stoffen via de darmwand in je lichaam komen waarvan dat niet de bedoeling is. Verhoogde doorlaatbaarheid van de darm vraagt twee aandachtspunten: goed letten op je voeding en het helen van de darm. Voeding (tip 1) is hier cruciaal, maar ook het aanpakken van stress (tip 2) speelt een belangrijke rol. Naast het weglaten van schadelijke voeding is het van belang dat je voldoende voeding toevoegt die je darmen helpt te herstellen en die je immuunsysteem tot rust brengt. Het aminozuur L-glutamine is belangrijk voor de darmen; veruit de belangrijkste bron is bouillon getrokken van botten van rund of kip. Om het immuunsysteem tot rust te brengen is het belangrijk dat je veel bronnen van omega-3 eet: vette vis, schaal- en schelpdieren dus. Eet daarnaast ruim wortel- en knolgewassen; deze bevatten stoffen met ontstekingsremmende werking.

Tip 4
Los leptineresistentie als oorzaak van je schildklierproblemen op.
Hoe weet je of je leptine resistent bent? Een van de belangrijkste symptomen is een stoornis in je hongergevoel. Heb je de hele dag door honger (je moet wel 8 keer per dag iets eten) of heb je juist helemaal nooit honger? De oplossing is voor een deel gelegen in het aanpassen van je voedingspatroon en dan vooral het verminderen van het aantal eetmomenten. Probeer eens grotere, voedzamere porties te eten en dan minder vaak op een dag. Daarnaast zijn overnight fasting (gedurende 13 tot 16 uur, van na je avondeten tot je ontbijt, niets meer eten of drinken (anders dan thee of water)) en nuchter bewegen (dus sporten of wat intensieve lichamelijke oefeningen doen voordat je gaat eten) belangrijke factoren in het onder controle krijgen van leptineresistentie. Tot slot is aandacht voor je bioritme van belang om leptineresistentie op te lossen. Meer over het bioritme lees je in mijn eerdere blogpost over dat onderwerp. De tips die ik daarin geef over het aanpassen naar de wintertijd, zet ik ook in bij het herstellen van het bioritme. Daarnaast kan je gebruikmaken van melatonine, maar ga daar niet zomaar zelf mee rommelen. Vraag altijd advies aan een deskundige.

Tip 5
Heb je Hashimoto of Graves, dan is het extra belangrijk dat je alle immuuntriggers in je voeding vermijdt. Het Auto-immuunprotocol is dan een goed uitgangspunt. Voeg daarnaast zoveel mogelijk voeding toe die de darmen en het immuunsysteem ondersteunen (tip 3). Vermijd bij Hashimoto te allen tijde het eten van tarwe en zoogdiervlees (rund, varken, schaap, etc.) als directe triggers van deze ziekte.

Helpen deze tips je verder? Of heb je nog vragen? Laat het weten in een reactie!

 

Schild(ge)klier

Ken je dat gevoel? Je bent moe, futloos, hebt geen energie en ondanks al je pogingen om af te vallen, slaag je daar niet in. Je hebt het altijd koud, vooral al je uiteindjes (handen, voeten, neus) lijken wel van ijs. Of misschien herken je je juist in het volgende: je bent een nogal rusteloos persoon, hebt vaak last van hartkloppingen, voelt je opgejaagd, je valt af terwijl je dat niet wilt. Of je heb last van een hele zwik “vage” klachten waarvoor niemand echt een oorzaak kan aanwijzen… Heb je er wel eens aan gedacht om de oorzaak van je klachten te zoeken in de werking van de schildklier…? “Schild(ge)klier” verder lezen

Bioritme

Vanmorgen stond ik op. Het was nog donker en het was koud; zo’n ochtend dat je best nog wat langer in je bed zou willen doorbrengen. Aangezien het doorgaans 5 maanden per jaar nog donker en koud is als ik op sta, is dat voor de meeste dagen geen serieuze optie. Sowieso is het al jammer dat het 5 maanden per jaar nog donker is bij het opstaan. Idealiter word je gewekt door de opkomende zon; “oerspronkelijk” gezien is ons bioritme afgestemd op het 12-uurs ritme van het leven rond de evenaar. Ons leven begon immers ooit in Afrika.

Maar goed, we wonen nu niet meer in Afrika en leven niet meer in de oertijd. We moeten het doen met 5 maanden per jaar waarin we dienen op te staan in het donker en 5 maanden per jaar waarin het al lang, lang voordat we wakker wensen te worden licht is. De vraag is: welke invloed heeft dat op je bioritme? Is het erg? En zo ja: is er iets aan te doen?

Functie van het biortime

Om te beginnen: wat is het bioritme en waar is het nou eigenlijk goed voor? Het bioritme is je 24-uurs ritme. Je lichaam loopt op een soort interne klok van ongeveer (maar niet helemaal) 24 uur. Processen die zich in je lichaam afspelen zijn gelinkt aan deze klok. Het bioritme is de basis van de energieverdeling in je lichaam.

Overdag, als het licht is, behoren de hersenen de baas te zijn. Je bent wakker, actief, je organen zijn volop aan het werk om je van energie te voorzien. Alles wat je doet wordt actief aangestuurd door je hersenen; de hersenen regelen de verdeling van de energie.

’s Nachts, in je slaap, behoort het immuunsysteem te baas te zijn. De hersenen komen tot rust en zijn op een veel lager energieniveau actief. Het immuunsysteem checkt in de nacht je hele lichaam op de aanwezigheid van schade en is bezig met repareren en opruimen. Het overgrote deel van de energie gaat ’s nachts naar het immuunsysteem.

Als het zo werkt, dan werkt het goed. Het punt is namelijk dat de hersenen en het immuunsysteem niet tegelijk volactief kunnen zijn. Als beide systemen op volle kracht zouden werken, dan zou dat zoveel energie kosten dat daar niet tegenop te eten is. Daar ga je letterlijk aan dood. Is het je weleens opgevallen dat je, als je een flinke griep hebt, maar één ding kunt (en wilt): in bed liggen. Je kunt niet meer helder denken, je voelt je depressief, je kunt je amper bewegen, je hebt geen eetlust meer. Dat komt doordat het immuunsysteem zo hard moet werken, ook overdag, dat het de hersenen en daarmee alle andere organen op een laag pitje zet. Dat is noodzakelijk om te overleven, dus het is een hartstikke goede oplossing (voor een paar dagen ;-)). Kortom, het bioritme is noodzakelijk om te schakelen tussen regie van de hersenen (dag) en regie van het immuunsysteem (nacht).

Cortisol en melatonine

Het schakelsysteem wordt geregeld door een aantal  hormonen, waarvan de bekendste cortisol en melatonine zijn. Ze zijn elkaars tegenhanger (antagonist). Als de een actief is, kan de ander zijn functie niet (goed) uitoefenen. Cortisol zorgt ervoor dat je wakker en alert bent, melatonine maakt juist slaperig. Een te hoog niveau van cortisol ’s avonds zorgt ervoor dat melatonine onderdrukt wordt waardoor je je niet slaperig voelt. Een te laag niveau van cortisol ’s ochtends zorgt ervoor dat je niet wakker genoeg wordt en je slaperig blijft voelen. Cortisol is anti-inflammatoir (ontstekingsremmend) en melatonine pro-inflammatoir (ontstekingsbevorderend); als het schakelsysteem ontregeld raakt dan kan het immuunsysteem zijn werk niet meer goed doen.

Hetzelfde mechanisme geldt voor een aantal andere hormonen die meegaan op het bioritme. Omdat cortisol en melatonine daadwerkelijk bepalen wanneer je actief bent en kunt slapen, zal ik me hieronder tot deze twee beperken.

Cortisol

In een ideale situatie maakt je lichaam bij het krieken van de dag cortisol vrij. Even technisch: (zon)licht schijnt op je ogen en prikkelt (ja, ook als je ze dicht hebt) de nervus opticus. Deze communiceert met het deel van de hypothalamus dat zorgt voor het “zien”: de chiasma optica. Daardoor wordt de master of rythm, de nucleus suprachiasmaticus (SCN) geprikkeld, die op zijn beurt de HPA-as wakker schudt. De HPA-as staat ook wel bekend als de stress-as: prikkeling van deze as zorgt voor de productie van cortisol in de bijnierschors. Het vrijkomen van een sloot cortisol zorgt ervoor dat we wakker worden: de Cortisol Awaking Response (CAR). Na het wakker worden komt er gedurende de daaropvolgende uren ieder uur een beetje cortisol vrij, maar telkens ietsje minder. Cortsiol vertoont dus, als het goed is, na het wakker worden een aflopende curve tot het moment dat het weer tijd is voor de CAR, waarop de cortisolcurve snel stijgt.

Melatonine

Overdag wordt er normaliter geen grote hoeveelheid melatonine geproduceerd. Ook de melatonineproductie werkt onder invloed van blauw (zon)licht. Als de zon onder is gegaan (en je schermpjes uit ;-)) en het donker wordt, worden de nervus opticus en de chiasma optica niet meer geprikkeld. De SCN geeft dan een seintje naar de epifyse die vervolgens start met het produceren van melatonine. Het gevolg is dat je slaperig wordt, in slaap kunt vallen en diep genoeg kunt slapen om gedurende de nacht niet wakker worden, totdat de CAR je weer wekt. De melatoninecurve piekt dus juist ’s avonds, vlak voor het in slaap vallen. Melatonine prikkelt ’s avonds het immuunsysteem, zodat dat alert wordt en aan het werk gaat. Het immuunsysteem maakt voor de remming van ontstekingen gebruik van vetten die overdag worden opgeslagen in vetcellen. ’s Nachts worden deze vetten vrijgemaakt door melatonine, ten behoeve van het immuunsysteem. Zonder melatonine kan dit proces niet plaatsvinden. Zodoende speelt melatonine een cruciale rol in de werking van het immuunsysteem, maar is het ook een van de oorzaken van het vasthouden van vetten: als je onvoldoende diep slaapt, kunnen je vetcellen niet ontladen. Slaap is niet alleen van levensbelang, het maakt je dus ook nog eens slank ;-)!

Het is overigens niet zo dat je 12 uur moet slapen, maar de 12 donkere uren rond de evenaar waren ze destijds echt niet heel actief. Al was het maar omdat het zo donker was dat je geen hand voor ogen zag.  We hebben minimaal 5 uur (aaneengesloten) slaap per nacht nodig om het immuunsysteem zijn werk te laten doen. De meeste mensen slapen 7 tot 9 uur per nacht. Het belangrijkste is dat je de 12 “nacht”-uren gebruikt voor rustiger activiteiten (waaronder een aantal uren slaap) en de 12 “dag”-uren voor actievere zaken zoals eten, bewegen en werken.

En als het ritme wordt verstoord?

Verstoring van het bioritme is een van de triggers van het ontstaan van ziekte. Te lang, te kort, te veel of te weinig productie van cortisol beïnvloedt onmiddellijk de productie van melatonine.  De verstoring kan door allerlei oorzaken zo hevig zijn dat de productie van cortisol en melatonine elkaar volledig komen te overlappen. Niet alleen heeft dat gevolgen voor je slaap (en daarmee samenhangend hoe uitgerust je je voelt), maar ook voor de werking van het immuunsysteem. Aangezien ze een tegengestelde werking hebben, wordt tegelijk het signaal “ ga slapen” en “word wakker gegeven” en wordt het immuunsysteem tegelijk geremd en geactiveerd. Met als gevolg dat er nog slechts halfslachtige reacties plaatsvinden en de boel begint te haperen. Je lichaam kan best een tijd doormodderen, maar er komt, als het tij niet op tijd wordt gekeerd, een keer een punt waar (chronische) ziekte ontstaat. Het goede nieuws is dat een verstoord bioritme met een relatief simpele interventie weer hersteld kan worden, zodat ook je lichaam zich kan gaan herstellen. Deze interventie is onderdeel van mijn coachingstraject “Grip op je chronische ziekte”.

Hoe werkt dat dan in onze omgeving?

Nu je weet hoe het bioritme werkt en hoe belangrijk het is dat het goed werkt, snap je vast ook dat het van belang is om te zorgen dat het zijn werk naar behoren kan (blijven) doen. Aangezien de verre van optimale duur van het donker en licht in onze omgeving een gegeven is, is het de kunst om daar op zo’n manier mee om te gaan dat het ons bioritme ondersteunt in plaats van tegenwerkt. Dat betekent dat we wat kunstgrepen zullen moeten toepassen. In je bed blijven liggen tot het eindelijk licht wordt is een groot deel van het jaar geen optie; naar bed gaan als het donker wordt evenmin…

Wat kan je zelf doen?

Zorg dat je 7 tot 9 uur kunt slapen en dat je uit jezelf wakker wordt. Zet als het nog donker is bij het ontwaken, lekker veel lampen aan. Eet, sport, werk, ga naar buiten en wees actief in de 12 uren die volgen op het wakker worden. Gebruik je laatste maaltijd niet later dan 12 uur na het wakker worden, dim vanaf dat moment de lichten (ook je schermen, bijvoorbeeld met behulp van het programma F.lux of – op je iphone of ipad – Nightshift of zet een amberkleurige zonnebril op), en besteed je tijd aan rustiger activiteiten. Je lichaam kan zich dan door het aanmaken van voldoende melatonine voorbereiden op het slapen. Je voelt vanzelf wanneer je moe wordt en de behoefte hebt om naar bed te gaan. Geef daar aan toe, je zult zien dat je dan makkelijk in slaap valt en beter dooslaapt. En zo kom je uiteindelijk in een ritme dat bij jouw lichaam past.

Wintertijd

Oh ja, nog zo’n heerlijke bioritme-verstoorder: het verzetten van de klok. De wintertijd (neeeeee!!!!) komt er weer aan. Het effect van het verzetten van de klok op je bioritme is niet meer en niet minder het effect van een jetlag. De klok gaat een uur terug, dus de dag duurt ineens 25 uur. Geen wonder dat je je daardoor van slag kunt voelen: je bioritme kan niet klokkijken en past zich niet van het ene op het andere moment aan. De hersenen hebben ongeveer 36 uur nodig om zich aan te passen aan een tijdsverandering; je interne organen kunnen daar wel 5 dagen over doen! Hoe je deze overgang zo soepel mogelijk laat verlopen?

Ik geef je 5 praktische tips:

  1. Als je wakker wordt op zondag, ongeacht de tijd die de klok aangeeft, zorg dan dat je het meteen flink licht maakt. Laat je innerlijke klok maar weten dat het ochtend is!
  2. Wees actief in de ochtend. Maak een boswandeling met het gezin, met de hond, met jezelf als gezelschap…als het maar buiten is en lekker actief.
  3. Zorg dat je je laatste maaltijd 12 uur na het wakker worden eet en eet daarna niet meer.
  4. Las een rustige avond in. Is de vaat gedaan en liggen de kinderen in bed, dim dan de lichten en de schermen. Neem een goed boek, ga een goed gesprek aan met je partner, speel een rustig spelletje…het maakt mij niet uit wat je doet, als je er maar ontspannen van wordt. Een korte hete douche of een lekker warm bad dragen ook bij aan de productie van melatonine.
  5. Ga naar bed als je je moe begint te voelen of uiterlijk op het tijdstip waarop je graag naar bed zou willen om voldoende te kunnen slapen (denk aan die 7-9 uur) voordat je de volgende ochtend weer wordt gewekt.

Word je de volgende ochtend vanzelf en uitgerust wakker: gefeliciteerd! Jouw lichaam heeft de flexibiliteit om snel om te schakelen. Kom je niet meteen helemaal lekker in je ritme? Pas mijn tips dan een aantal dagen toe en je zult zien dat je binnen een week bent aangepast.

Hoe reageer jij op de overgang naar wintertijd (of zomertijd)? Laat het weten in een reactie!

Het op orde brengen van het bioritme (oftewel herstel van de energieverdeling) is een van de belangrijkste en effectiefste manieren om meer energie te krijgen. Daarom heeft het bioritme een belangrijke plek in mijn coachingsprogramma BOOST!. Je leert aan de hand van praktische opdrachten je bioritme kennen en aanpassen, waarmee je je energie een mega-BOOST! geeft.

~ Femke van Doesburg

Ik wil lekker vies!

“Ik wil lekker vies!” roept de Kleine Prinses in het gelijknamige boek van Tony Ross. Ook Pip, het beste vriendinnetje van Woezel, houdt wel van “lekker vies”, getuige het gelijknamige verhaaltje. En laten we Annie M.G. Schmidt’s Floddertje niet vergeten :-). Wat is dat toch met kinderen en viezigheid? Met grote mensen en hun afkeer ervan? Word je werkelijk ziek van vies? Of zou een beetje vies misschien wel eens goed kunnen zijn voor onze gezondheid? Zou je ziek kunnen worden van te vaak je handen wassen?

Ziekte is de reactie van het immuunsysteem op een binnengedrongen pathogeen (ziekteverwekker). De ontwikkeling van het immuunsysteem van een kind begint bij de geboorte. De eerste bacterieprint die het tijdens de geboorte van de moeder meekrijgt, is daarvoor de basis. Het immuunsysteem leert daarna gaandeweg welke bacteriën goed voor ons zijn (vrienden) en welke slecht (vijanden). Misschien verbaast het je dat er zoiets bestaat als “goede bacteriën”. Goede bacteriën zijn bacteriën die van oudsher al ons lichaam ondersteunen, waar we als het ware vreedzaam mee samenleven. Denk maar eens aan je darmen: in de dikke darm bevinden zich miljarden bacteriën die een rol spelen bij de vertering van ons voedsel en de aanmaak van vitaminen. Wij hebben deze bacteriën hard nodig, en zij ons. Hetzelfde geldt voor de huid. Ook onze huid zit vol met vriendelijke bacteriën die haar beschermen en helpen te onderhouden. Bacteriën zijn dus niet uitsluitend ziekmakers. Een aantal bacterien is dat natuurlijk wel – denk aan bijvoorbeeld salmonella of legionella.

Ons immuunsysteem moet leren welke bacteriën goed zijn en welke slecht; wanneer het zich rustig moet houden en wanneer het aan moet slaan. Daar is wel een belangrijke voorwaarde voor nodig: er moet wel daadwerkelijk contact plaatsvinden met heel veel verschillende bacteriën. Bij afwezigheid van bacteriën valt er immers niets te leren. Het feit dat kinderen overal aanzitten en alles in hun mond stoppen, zou dus wel eens een belangrijke functie kunnen hebben: de ontwikkeling van het immuunsysteem. We zijn geneigd om telkens wanneer een dreumes iets in zijn mond stopt te roepen: “Bah, vies! Daar word je ziek van!” Maar is dat wel zo? Of legt deze reflex misschien juist de basis voor een goed werkend immuunsysteem?

Het probleem anno nu is eerder dat we te hygiënisch zijn dan te vies. Door onze kinderen verre van beestjes te houden en ze voortdurend te lijf te gaan met desinfecterende zeep, ontneem je het immuunsysteem de gelegenheid te leren van alles wat zich aandient. Het immuunsysteem leert op die manier geen vijanden kennen, maar ook geen vrienden. Het leert niet hoe het zou behoren te reageren op vijanden: met een aanval. En niet hoe het zou behoren te reageren op vrienden: met een warm onthaal. En als het niets leert in onze kinderjaren, waarin ook ons immuunsysteem nog het meest adaptief is, hoe weet het dan op latere leeftijd wat het moet doen? Geen wonder dat dat fouten, en daarmee het ontstaan van chronische- en auto-immuunziekten, in de hand werkt…

De overdreven aandacht voor hygiëne begint al vlak na de geboorte. Werd jouw pasgeborene niet ook zo snel mogelijk in bad gedaan? Bij mij was dat bij twee van de drie helaas wel het geval: voordat we het ziekenhuis verlieten was er gebadderd. En bij een daarvan hoefde ik niet eens een nacht te blijven…had ik geweten wat ik nu weet, dan had ik daar zeker een stokje voor gestoken. Maar goed, eerlijk is eerlijk: heel fotogeniek is het meestal niet, een ongewassen net geboren baby. Functioneel en gezond is het wèl. Tijdens een natuurlijke geboorte komt een baby voor het eerst en als eerste in aanraking met natuurlijke flora (bacteriestammen) van de moeder. Tot die tijd was de baby steriel. De eerste bacterieprint die de baby meekrijgt, dient als basis voor de opbouw van zijn eigen unieke print. Je kunt je vast voorstellen dat op deze manier de flora van de moeder van invloed kan zijn op de latere gezondheid van het kind.

De flora die het kind van de moeder krijgt, gedijt in de zure omstandigheden van de barrières als huid en de darmen, zodat deze zich goed kan koloniseren. Dat koloniseren is nodig om de print tot volledige ontwikkeling te laten komen en goede bescherming van de barrières te kunnen bieden. De huid is een belangrijke barrière met de buitenwereld. De barrière wordt gevormd door huidcellen en huidflora (vergelijkbaar met de darmen, waar de barrière wordt gevormd door darmcellen en darmflora). Verstoor je de eerste kolonisatie van de huidflora door het wegspoelen van de bacteriën met water, of nog erger, met zeep (zeep zorgt juist voor veel te basische omstandigheden waarin de huidflora niet kan overleven), dan mist je baby de natuurlijke bescherming van de eerste bacterieprint. Dat geeft niet alleen een grotere kans op het ontstaan van huidproblemen, maar ook op ongewenste indringers die via de niet-intacte (want: deels weggewassen) barrière van de huid ons lichaam kunnen binnendringen, met noodzakelijke immuunactivatie tot gevolg. Hetzelfde principe gaat op bij ontwikkeling en verstoring van de darmflora, maar daarover een andere keer meer.

Het beste is om een baby gedurende de eerste week na de geboorte lekker vies te laten zijn: om de huidflora zich zo optimaal mogelijk te laten ontwikkelen kan je je kleine newborn maar beter niet badderen. En ja, dat gaat in tegen alles wat je als kersverse mama wordt geleerd: iedere ochtend je kindje badderen of toch op zijn minst wassen. Maar vraag je eens af: waar wordt zo’n wurm nou precies vies van? Z’n billetjes – ja, natuurlijk. Maar zo lang de inhoud van de luier netjes binnen de randen blijft, is er geen reden om het tere huidje dagelijks bloot te stellen aan water en zeep. En die billetjes? Die worden met een zachte doek en warm water ook prima schoon, daar heb je echt geen babydoekjes (met zeep- en allerlei andere overbodige stoffen) bij nodig.

Veel huidproblemen bij grotere kinderen en volwassenen komen eveneens voort uit te schoon willen zijn. Eigenlijk werkt dat hetzelfde als bij pasgeborenen: door telkens je huid te reinigen met zeep (en het allerergste: desinfecterende (= bacterievernietigende) zeep), vernietig je de beschermende huidflora. De desinfecterende stoffen in de zeep maken namelijk geen onderscheid tussen goede en slechte bacteriën, net zo min als antibiotica in je darmen enkel de slechte beestjes vernietigen. Met de slechteriken, spoel je ook de goedzakken weg… Was je je huid keer op keer met zeep, dan krijgen door verminderde aanwezigheid van goede bacteriën, de schadelijke bacterien meer kans om te overleven op de huid. Zie het als een evenwicht: als er een heleboel goeien zijn en een paar slechten, dan is er niets aan de hand. Als echter de slechten in de meerderheid komen, dan zijn de rapen gaar. De flora op de huid raakt uit balans, je krijgt huidproblemen, de barrière is niet meer gesloten en de slechteriken dringen je lichaam binnen.

Overigens zeg ik niet dat je je kind nooit meer moet wassen. Dat zou ook wat zijn. Natuurlijk is het nodig om je kind (of jezelf ;-)) af en toe eens onder de douche te zetten, maar dagelijks in bad met badschuim doet uiteindelijk meer kwaad dan goed. Om van de hele dag door handen wassen met desinfecterende zeep nog maar niet te spreken.

Vaak hangen huidproblemen samen met een tekort aan filaggrine. Filaggrine is een eiwit in de huid. Als hiervan voldoende aanwezig is in de slijmhuid, dan is deze goed afgesloten en in tact en biedt een goede, zuurstofarme omgeving voor onze huidbacteriën. Genoeg filaggrine betekent dus een goede voedingsbodem voor de huidflora en daarmee een goede bescherming tegen slechte bacteriën. Heb je een tekort aan filaggrine, dan ontstaat craquelé: hele kleine scheurtjes en vouwen in de huid. De huid wordt droog en schilferig, er is meer zuurstof aanwezig in de huid en daarmee ontstaat gevoeligheid voor overgroei van schadelijke bacteriën zoals de staphilococcus aureus. Bij sommige kinderen is door allerlei huidproblemen al duidelijk dat ze een filaggrinetekort hebben, maar vaak openbaart zich dit pas rond het 40e levensjaar, na een half leven van bloodstelling aan voor de huid schadelijke stoffen. Je kunt dus veel ellende voorkomen door al vroeg in het leven te letten op blootstelling aan zeep, water en andere stoffen die de huidflora verstoren.

Kijk maar eens in je handen. Zie je dat deze vol kleine lijntjes en vouwen zitten? Dan heb je waarschijnlijk een filaggrinetekort. Dan kan zijn ontstaan door een tekort aan eiwitten in de huid, maar ook door een genmutatie die zorgt voor een verminderde aanmaak van filaggrine. Over filaggrine en de invloed ervan op de huid kan ik eindeloos lang uitweiden, maar dat bewaar ik voor een andere keer. Wel handig om te weten: in avocado zit het stofje perseose, dat de aanmaak van filaggrine stimuleert. Avocado eten (veel!), smeren met pure avocado-olie en zelfs pakkingen van geprakte avocado zijn ontzettend heilzaam bij allerlei vormen van huidproblemen die worden veroorzaakt door een tekort aan filaggrine. En ik kan het weten, want helaas heb ik zelf de genmutatie voor filaggrine, met bijbehorende huidproblemen. Sinds ik veel, echt veel (1 à 2 per dag) avocado’s ben gaan eten, zijn mijn huidproblemen langzaamaan verminderd. Inmiddels is er in mijn handen bijna niets meer te zien van een filaggrinetekort. Waar avocado al niet goed voor is!

Hoe zit dat dan met psoriasis? Bij psoriasis is meer aan de hand dan enkel een beschadigde huid. Psoriasis is immers een auto-immuunziekte, dus het immuunsysteem is in eerste instantie al lichaamseigen weefsel gaan aanvallen. Hoe een auto-immuunziekte precies ontstaat, lees je hier. In het geval van psoriasis is de huid het kwetsbaarste orgaan geweest, waardoor dit het meest vatbaar was voor de aanval van binnenuit door het immuunsysteem. Ook, en eigenlijk vooral, bij psoriasis geldt dat “viezer” beter is: mijdt alle zeepjes, schoonmaakmiddelen, crèmes en ook zoveel mogelijk water. Het verzamelen van viezigheid op de huid zorgt nou juist voor een fijne basis voor de huidbacteriën die je zo hard nodig hebt om je huid te beschermen tegen allerlei ellende.

Tot zover mijn pleidooi voor lekker vies. Overtuigd van het nut van vies? Laat je kinderen lekker spelen met zand, graven in de aarde, kroelen met huisdieren en doe vooral zelf lekker mee. Laat handen wassen eens achterwege en wees lief voor jullie huid door wat minder vaak te douchen. Wedden dat jullie daar niet ziek van worden ;-)?

Tot slot heb ik 7 praktische tips voor je, die er bij mij voor hebben gezorgd dat mijn huid zich enorm heeft verbeterd:

  1. Was, douche en badder minder vaak en gebruik uitsluitend indien hoogstnoodzakelijk natuurlijke, zoveel mogelijk zeepvrije douche- en bad producten.
  2. Maak gebruik van de genezende kracht van avocado: zet ze vaker op het menu (heb je meteen een hele dosis gezonde vetten èn een stapel vitaminen en mineralen te pakken) en heb je erge last van je huid, probeer dan eens een pakking of olie.
  3. Voeg paddestoelen toe aan je voeding. In paddenstoelen zit bètaglucaan en dat zorgt ervoor dat er stofjes worden geproduceerd die net als filaggrine een beschermende werking hebben.
  4. Overweeg bij een erg droge huid eens om GLA, Gamma-Linoleenzuur, als voedingssupplement in te zetten. Dit vetzuur komt voor in de celwanden van de huid en ondersteunt de vochtbalans en de elasticiteit ervan. Het is een omega 6-vetzuur. Het is verkrijgbaar als drinkolie, maar deze drinkolie laat zich ook prima op de huid aanbrengen, waar het zijn werk moet doen en veel directer werkt door smeren dan door het in te nemen. Vet goed idee!
  5. Graaf eens lekker in de zwarte aarde en laat de viezigheid goed in je handen trekken. Een moestuin is heel heilzaam :-)!
  6. Beweeg. De huid is een lymfisch systeem en is voor onderhoud afhankelijk van beweging: het lymfevatenstelsel maakt gebruik van de samentrekkingen van spieren voor het voortstuwen van het lymfevocht. Langdurig stilzitten zorgt ervoor dat de huid minder goed wordt onderhouden. Het werkt ook cellulitis in de hand, maar daarover een andere keer meer. Zorg dat je na ieder half uur zitten even opstaat en in beweging komt. Dat is niet alleen goed voor je huid, maar heeft nog veel meer gezondheidsvoordelen.
  7. Heb je erg veel last van je huid, dien dan eens een hitteprikkel toe om de productie van filaggrine te stimuleren. Warmte op de huid is de meest effectieve interventie om haar te versterken. Het gaat om een hitteprikkel van 40-41 graden: 5 minuten onder een douche van 40 graden, 5 minuten een infraroodlamp op je huid die zorgt voor een huidtemperatuur van 41 graden, een uurtje bikram-yoga…simpel maar heel effectief.

Hoe gaan jullie thuis om met hygiëne? Wat is je geleerd en hoe doe je het zelf? Hoe is het met jouw huid gesteld? Laat het weten in een reactie!

Aandacht voor doorgeschoten gewoonten, zoals in dit geval een te hoog niveau van hygiëne, is belangrijk bij het herstel van ziekten. Even terugblikken naar hoe het ooit was, hoe systemen toen werkten en waar “de mensheid” het gaandeweg anders is gaan doen, biedt inzicht in het ontstaan en oplossen van ziekten. In mijn coachingsprogramma BOOST! is het geven van dit inzicht en de daarop gebaseerde oplossing, specifiek toegepast op jouw situatie, een belangrijk onderdeel.

Van gedachten wisselen, meer weten? Laat het weten in een reactie!

Thermoregulatie

Hebben jullie ook gemerkt dat het met name ’s ochtends gevoelig kouder aan het worden is? De winterjassen zijn van zolder gehaald en de handschoentjes doen alweer dankbaar dienst. Mijn kleine man echter geeft geen krimp. Gaat gewoon nog elke dag in de korte-broek-met-t-shirt naar school. Op de fiets een dun vestje erover. Open. Dat dan weer wel. De strijd om de lange broek en de winterjas heb ik allang verloren. Of hij het koud heeft? Soms, een beetje, zegt ie desgevraagd. Of hij een lange broek aan wil? NEE (hoe durf ik het te vragen?!). Blijkbaar heeft hij niet genoeg last van de kou. Dat ik het, samen met de rest van Nederland, wèl koud heb, zegt misschien wel meer over mij dan over de kleine man. Waarschijnlijk kan hij gewoon fantastisch goed thermoreguleren. Dat werkt zo.

Lichaamstemperatuur

Ons lichaam heeft een ingebouwde thermostaat die zorgt dat je temperatuur binnen een bepaalde range blijft. Dat is nodig omdat bij een constante kerntemperatuur van ongeveer 37 graden de enzymatische processen in het lichaam optimaal werken. Dreig je af te koelen, door blootstelling aan kou bijvoorbeeld, of dreig je juist te warm te worden door blootstelling aan hitte, dan zal het lichaam processen in gang zetten om je respectievelijk op te warmen en af te koelen. Regeling van de lichaamstemperatuur vindt plaats in het thermoregulatiecentrum in de hypothalamus. Thermoregulatie is gekoppeld aan ons bioritme: ’s nachts is onze basaaltemperatuur lager dan overdag. Melatonine (dat met name ’s nachts geproduceerd wordt) heeft de eigenschap je lichaam af te koelen. Cortisol (dat overdag de dienst uit maakt) doet de lichaamstemperatuur juist stijgen.

Omgevingstemperatuur

Door externe verwarming en airconditioning is het tegenwoordig nauwelijks nog nodig om onze mogelijkheid tot thermoregulatie aan te spreken. Hebben we het ’s zomers warm, dan kleden we ons in korte broek en dunne hemdjes en zetten we de airco aan. Moeten we in de winter toch eens naar buiten, dan hebben we dikke truien, winterjassen en sjaals om ons warm te houden; binnen kruipen we bij de verwarming. Wel zo comfortabel! Alleen is comfortabel niet per se goed voor ons lichaam. Ons lichaam is juist gebaat bij blootstelling aan kou en warmte en het moeten aanpassen aan veranderende temperaturen.

If you don’t use it…

…you lose it. Ons lichaam is niet geneigd om systemen en processen die niet worden gebruikt, in stand te houden. Evolutionair gezien is het lichaam ingesteld op energie-efficiëntie. Het wil de beschikbare energie zo efficiënt mogelijk gebruiken. En waarom zou het energie verspillen aan iets dat niet wordt gebruikt? Waarom een systeem van temperatuuradaptatie in stand houden als het toch niet wordt aangesproken? Maar, hoor ik je denken, als die temperatuur dan toch allemaal van buitenaf te regelen is, dan is het toch ook gewoon niet meer nodig om het zelf te kunnen?! Dus wat is het probleem? Nou, minder goed kunnen thermoreguleren is één van de mechanismen die bijdraagt aan het ontstaan van (chronische) ziekten. Is je lichaamstemperatuur constant iets verhoogd of verlaagd doordat de regulatie van binnenuit niet meer goed werkt, dan heeft dat effect op alle enzymatische processen. Voor de werking van enzymen maakt een kleine temperatuurafwijking een enorm verschil. Aangezien enzymen een sleutelrol spelen in allerlei processen in je lichaam, is het van belang dat ze zo optimaal mogelijk kunnen werken. En daarvoor is een zo optimaal mogelijke temperatuurregeling van je lichaam nodig.

Bruin vet

Thermogenese, het vermogen om je lichaam warm te houden, is afhankelijk van de mate van thermostress waaraan we blootgesteld worden. Thermostress is blootstelling aan warmte of koude. Door de afwezigheid van thermostress wordt de thermogenese niet meer aangesproken en dat zorgt voor het verlies van ons zogenaamde bruine vet. Bruin vetweefsel is lichaamsvet waarvan het de primaire functie is om het lichaam te voorzien van warmte. Bruin vet zorgt voor een verhoogd metabolisme als het lichaam blootgesteld wordt aan kou: het verbrandt energie om warmte te genereren. En ook hier geldt het principe “use it or lose it”: als je het bruine vet niet stimuleert, dan al het langzaam maar zeker verdwijnen.

Bruin vet is een van de twee soorten vetweefsel in ons lichaam – de andere soort is wit vetweefsel en dat dient voornamelijk voor de opslag van vetten. Deze witte vetopslag houdt je lichaam ook warm, maar daarvoor is er veel meer van nodig. Het werkt namelijk niet, zoals bruin vet, als generator van warmte, maar enkel als isolator. Het vormt dus letterlijk een isolatielaag, waardoor je warm blijft. En het ding is nou juist, dat je meestal die isolatielaag niet wilt…. Hoe meer wit vet er wordt opgeslagen, hoe minder bruin vet er nodig is. En dat is jammer, want bruin vet ondersteunt ons energiemetabolisme (je verbrandt immers energie ten behoeve van warmte), terwijl wit vet in dat opzicht helemaal niets doet.

Behalve door thermostress, schijnt bruin vet ook te kunnen worden opgebouwd uit wit vet door te bewegen. Er wordt op dit gebied nog veel onderzoek verricht met soms tegenstrijdige resultaten. De laatste berichten uit Japan lijken positief te zijn. De afbouw van de hoeveelheid wit vet (en dus de isolatielaag) kan in ieder geval leiden tot de opbouw van bruin vet. Dat is immers bij een slechtere isolatie weer nodig om je warm te houden. Wil je wit vet verbranden bij het sporten, dan zul je er wel voor moeten zorgen dat je niet hebt gegeten voordat je aan de slag gaat. Heb je wel gegeten, dan is er voldoende glucose als brandstof in het lichaam aanwezig en zal je lichaam niet geneigd zijn om de lastiger procedure van vetverbranding op te starten. Dit is dan ook precies de reden waarom ik (zoals je pas op Facebook kon lezen) de Milon Circle altijd ’s ochtends op de nuchtere maag doe.

De oplossing?

De oplossing is niet zo ingewikkeld. Je hoeft er geen moeilijke oefeningen voor de doen en geen pillen voor te slikken. Het hoeft niet eens geld te kosten! Het is wel oncomfortabel. En dat is, in ons comfortabele leven, best een lastig te nemen horde. Daar komt ie: heb het gewoon weer eens even lekker koud. Zet de thermostaat standaard op 17 graden (dat geeft nog een fijne besparing ook!). Dat hou je best een tijdje vol. Krijg je het echt koud? Ren een paar trappen op en af, dan heb je het zo weer warm. Ga in de winter eens naar buiten zonder jas. Nee, daar word je niet ziek van. Wel koud. Maar dat is nou net precies de bedoeling. Ga eens lekker naar de sauna om flink de temperatuur op te stoken in je lichaam. Een heel warm bad of hete douche (dat je ervan gaat zweten) werkt ook. En dan afdouchen met koud water: zeer oncomfortabel maar je doet je lichaam een groot plezier…

De moraal van het verhaal: ik laat de kleine man lekker in z’n zomerse plunje naar school gaan, tot hij zelf aangeeft dat hij warmere kleren aan wil. Ik vind hem hartstikke stoer. Weet je waarom? Hij doet waar hij zich goed bij voelt, ondanks verwonderde blikken, opmerkingen en een school vol kinderen in lange broeken en winterjassen. En daar, dames en heren, kunnen wij nog een voorbeeld aan nemen!

Thermoreguleren kan je weer leren. Ik geef je 5 tips:

  1. Zet de verwarming lager. Bij ons staat de thermostaat overdag standaard op 17 graden. Dat was even wennen en soms heb ik het koud, maar dan helpt het prima om in beweging te komen. Let er wel op dat je het in huis niet gedurende langere tijd kouder dan 16 graden laat worden, want onder de 16 graden krijgen bepaalde schimmels de kans te gaan groeien. En dat geeft weer een heel andere problematiek.
  2. Loop ook in de winter eens zonder jas de deur uit. Koud en oncomfortabel, maar je blijft er wel fit door!
  3. Sta je ’s ochtends onder de douche, draai dan eens de laatste minuut de warme kraan dicht. Oké, dat is koud. Heel koud. Zo koud dat je ervan gaat rillen. En precies dat rillen stimuleert nou de aanmaak van bruin vet. Dus even doorbijten en gaan. Je zult zien dat je je daarna bijzonder fris en energiek voelt. (Geloof me. Ik doet het ook. En ik HAATTE koud water. Nog steeds overigens. Maar het effect is echt lekker!)
  4. Breng eens een bezoekje aan de sauna. Veel sportscholen hebben een sauna waarvan je gratis gebruik kunt maken als je er lid bent. Dus als je daar toch bent om je witte vetcellen te verbranden ;-)… Een dagje naar de sauna is bovendien enorm ontspannend, dus niet alleen goed voor je thermoregulatie.
  5. Eet af en toe eens een flink heet gekruide maaltijd. Voeding met een hete smaak (rode pepers!) drijft je interne temperatuur lekker op en ondersteunt zo het aanpassend vermogen van je thermoregulatiesysteem.

Hoe reageer jij op warmte en kou? Kan je er goed tegen of heb je het liefst een zo constant mogelijke temperatuur? Laat het weten in een reactie!

Het toedienen van hormetische prikkels (prikkels die je uit je comfortzone halen) zoals warmte en koude is een interventie die je lichaam flexibel maakt in het reageren op veranderende situaties. Ben je flexibel, dan heeft je lijf minder energie nodig om zich aan te passen. In mijn coachingsprogramma BOOST! leer ik je aan de hand van praktische opdrachten hoe je je lichaam af en toe lekker kunt blootstellen aan warmte en koude en welke andere prikkels je je lichaam kunt geven om het een aanzet te geven tot herstel.

Interessant? Delen = lief! Thx!