Blog

Stress en burn-out: de onderbelichte fysieke kant

Dat een burn-out vaak ontstaat na een periode van mentale stress die zich opstapelt, is algemeen bekend. Geldzorgen, familieperikelen, werkdruk, relatieproblemen, het gevoel altijd met anderen bezig te zijn en nooit eens tijd voor jezelf te hebben, ik noem er maar wat. Dat deze stressreactie ook een lichamelijke kant heeft, daar lees je niet zoveel over. Het zit zo.

HPA-as

Stress activeert de HPA-as, de Hypothalamus-Pituitary-Adrenal-axis (op z’n Nederlands: Hypothalamus-Hypofyse-Bijnier-as). Het maakt geen verschil of de oorzaak van de stress mentaal (die stapel werk) of fysiek (een blessure, bijvoorbeeld) is. De HPA- as is de verbinding tussen de hersenen, waar de stress wordt geregistreerd, en het orgaan dat de fysieke reactie op stress in gang zet. Dat orgaan is de bijnier, dat het stresshormoon cortisol produceert. Cortisol zorgt er in een stresssituatie voor dat we scherp blijven en de energie hebben om nog even door te gaan. Best handig, in acute gevallen. Dat je bijvoorbeeld een ontdekte fout in een belangrijk document nog op tijd voor de deadline kunt herstellen. Of dat je door je enkel gaat tijdens het hardlopen en toch nog veilig thuis weet te komen en hulp weet te regelen, voor je instort. Het is dat gevoel dat je even helemaal op scherp wordt gezet (dat doet overigens de adrenaline, die op zijn beurt de cortisol-reactie triggert) en onmiddellijk handelt tot er een oplossing is en de stressfactor wegvalt. So far so good.

Maar die HPA, die maakt helaas geen onderscheid tussen acute en chronische stress. Het kan de situatie niet zelf inschatten: “Hé man, dit is niet in een ogenblik op te lossen en gaat wel een paar maanden duren, dus nu ga ik maar ff uit.” Helaas. Bij een chronische trigger blijft de HPA-as voortdurend geactiveerd en wordt er voortdurend veel cortisol aangemaakt. En dat heeft allerlei gevolgen voor organen en processen in je lijf.

Grondstoffen

De vraag naar veel cortisol legt druk op de beschikbaarheid van eiwitten, cholesterol (waaruit het wordt geproduceerd), vitaminen en mineralen. Aangezien stress evolutionair gezien prioriteit krijgt boven alle andere lichaamsprocessen, omdat het ervoor zorgt dat we kunnen vechten of vluchten en daarmee overleven, gaan de bouwstoffen eerst naar de productie van cortisol als daarom wordt gevraagd. Dat betekent dat er voor andere processen die dezelfde bouwstoffen vragen, zoals de productie van serotonine (waardoor je je blij voelt), melatonine (waardoor je goed slaapt), dopamine (waardoor je vooruit kunt kijken en plannen), adrenaline (waardoor je acties kunt blijven ondernemen) minder over is. Dat kan wel even opgevangen worden, maar als de stress langer duurt dan komen deze processen in het gedrang: je wordt depressief, slaapt slechter, hebt geen overzicht meer, er komt niets meer uit je handen. Ook worden weefsels in je lijf minder goed onderhouden: je krijgt een dunnere huid, haaruitval, broze nagels, je verliest spiermassa.

Lever

Cortisol zorgt voor een voortdurend hoge bloedsuikerspiegel. Dat is nodig omdat er bij stress steeds energie nodig is. Je lichaam wordt alert gehouden: misschien moet je wel vluchten of vechten. Het op peil houden van je bloedsuikerspiegel vindt plaats in de lever. Stress legt dus druk op je lever. (“Wat heb je op je lever?!” Denk daar maar eens over na ;-)…). Je lever is verminderd beschikbaar voor andere leverfuncties, zoals ontgifting. Daardoor kunnen gif- en afvalstoffen zich ophopen in je lichaam. En last but not least, je wordt er heel moe van, van zo’n drukke lever.

Alvleesklier

De lever houdt dus je bloedsuikerspiegel hoog. Voor de zekerheid. Een hoge bloedsuikerspiegel vraagt om een voortdurende productie van insuline. Dat gebeurt in de alvleesklier. Bloedsuiker, glucose, is heel schadelijk voor je bloedvaten. Daarom wordt je bloedsuikerspiegel heel nauwkeurig gereguleerd door insuline. Insuline zorgt ervoor dat de beschikbare glucose wordt verwerkt of opgeslagen. De aanwezigheid van glucose in de bloedbaan is een directe trigger voor de alvleesklier om insuline vrij te geven. De alvleesklier produceert niet alleen insuline, maar ook spijsverteringsenzymen, die helpen bij de vertering van alles wat je eet. De alvleesklier is echter geen multi-tasker en kan niet tegelijk insuline en enzymen produceren. Zonder enzymen wordt je eten niet goed verteerd. Het kan dan niet goed worden verwerkt in je darmen: er worden minder voedingsstoffen uit opgenomen en er blijven meer onverteerde resten achter.  En zo ontstaan dankzij stress spijsverteringsproblemen.

Bijnieren

Tot slot komen de organen die cortisol produceren, de bijnieren dus, onder druk te staan. Als een orgaan voortdurend te intensief wordt belast dan kan het uitgeput raken. Uitputting van de bijnieren heeft tot gevolg dat ze hun werk niet meer goed doen en er minder hormonen worden aangemaakt. Dat geldt niet alleen voor de stresshormonen cortisol, adrenaline en noradrenaline, maar ook voor de andere hormonen die in de bijnieren worden geproduceerd: de geslachtshormonen en aldosteron. Dat leidt behalve tot een verstoorde stressreactie, ook tot verlies van libido, menstruatieproblemen, vruchtbaarheidsproblemen en problemen met het reguleren van de bloeddruk.

Vergeet het fysieke stuk niet!

Stress heeft dus veel meer gevolgen dan je op het eerste gezicht zou denken. Heb je dan uiteindelijk die stressfactoren onder controle, dan zijn de tekorten in je lijf en de processen die daardoor scheef zijn gelopen, niet zomaar ineens opgelost. Daarom voel je je bij een burn-out vaak nog lang nadat je de stress de baas bent doodmoe en uitgeput en gaat het herstel maar langzaam. Je kunt dit enorm versnellen door naast de mentale stress ook de fysieke factoren aan te pakken. Ondersteun je lijf te met de juiste voeding, geef het een boost met voedingssupplementen, geef het rust door ontspanning, breng het weer op gang met de juiste vorm van beweging, krijg het weer op de rit met het aanpakken van je bioritme. Ik help je daarbij met een op maat gemaakt stappenplan waarin precies staat wat jìj nodig hebt om jòùw lijf weer op de rit te krijgen. Hier lees je hoe. Snel doen, je hebt geen tijd te verliezen!

Liefs,

~ Femke

 

In 4 stappen meer energie met voeding

Goed, inmiddels weet je: less is more. Van minder koolhydraten krijg je meer energie. Door over te schakelen op de verbranding van vetten, wordt een ander, veel effectiever metabolisme geactiveerd. Hoe doe je dat, je vetverbranding weer aanzetten?

  1. In de eerste plaats is het belangrijk dat je drastisch minder koolhydraten gaat eten, zodat er drastisch minder glucose binnenkomt. Je lijf krijgt energie-stress: het zal een andere manier moeten zoeken om energie vrij te maken.
  2. Ten tweede: eet meer dan genoeg gezonde vetten. Je lijf moet vet gaan verbranden; om dat goed te leren is het handig als er genoeg brandstof voorhanden is. Vet uit voeding is een makkelijker bron dan vet uit opgeslagen vetcellen.
  3. Als derde: eet vooral ook voldoende eiwitten. Je lijf zette een deel van de koolhydraten die je at, om in eiwitten. Als je minder koolhydraten gaat eten heb je dus ook meer eiwitten nodig. Eiwitten zijn dè bouwstof voor je lijf en kunnen in noodgevallen ook voor energie gebruikt worden (zie ook: https://www.femkevandoesburg.nl/voeding/bouwstoffen-voeding-eiwitten/).
  4. En dan de laatste stap: ben je gewend aan minder koolhydraten, verminder dan de hoeveelheid vetten die je eet weer wat. Je lichaam krijgt dan de kans om de vetten die het heeft opgeslagen, te gaan verbranden. Is afvallen juist niet de bedoeling, dan hoef je deze stap natuurlijk niet te nemen ;-).

Je vetverbranding op gang krijgen gaat meestal niet helemaal zonder slag of stoot. Je lichaam moet iets anders gaan doen dan het gewend was en dat kost op zijn minst enige moeite. De lever komt even flink onder druk te staan. De eerste dagen tot 2/3 weken kan je je minder lekker voelen dan voorheen. Denk aan spierpijn, zwaar gevoel in je ledematen, niet kunnen nadenken, hoofdpijn, vermoeidheid, slecht slapen, moe gevoel in het algemeen. Maar daarna! Daarna wordt alles beter :-). In de tussentijd is een beetje extra aandacht voor de belangrijkste mineralen (met name magnesium, natrium, kalium, bicarbonaat en fosfaat) geen overbodige luxe. Waar nodig: suppleer.

Hoeveel koolhydraten moet of mag je dan nog eten? In den beginne, om je lijf te dwingen om te schakelen naar vetverbranding, echt weinig. Denk aan 20 tot 25 gram per dag. Om je een beetje een idee te geven:  dat is bijvoorbeeld 1 plak zelfgemaakt koolhydraatarm brood met zelfgemaakte mayo, een dikke plak gerookte zalm en 20 gram eikenbladsla (goed voor in totaal 3 gram koolhydraten), een zakje ijsbergsla van 200 gram, 100 gram tomaat, 100 gram komkommer en 100 gram onbewerkte gemengde noten (in totaal 14 gram koolhydraten), en 200 gram broccoli met 200 gram oranje pompoenblokjes en een flink stuk kipfilet (totaal 8 gram koolhydraten).

En inderdaad, groenten zijn de belangrijkste bron van koolhydraten. Alle boven de grond groeiende groene (blad)groenten zijn prima. Rood zomerfruit en bessen zijn relatief koolhydraatarm en kan je met mate eten. Ook oranje pompoen is relatief koolhydraatarm. Alle zetmeelrijke groenten (zoals wortels en knollen) en al het overige fruit laat je liever een poosje staan.

En hoeveel vetten en eiwitten moet je dan eten? Goede eiwitbronnen zijn ei, vis, gevogelte en vlees. Hoeveel je daarvan nodig hebt, is afhankelijk van je lichaamslengte en geslacht. Een langer lichaam heeft nou eenmaal meer bouwstoffen nodig dan een korter lichaam en mannen hebben meer nodig dan vrouwen. Uitgaande van de gemiddelde lengte van 169 cm voor Nederlandse vrouwen, hou je aan om dagelijks minimaal 100 gram eiwitten te eten (let wel: dat zijn pure eiwitten, dat is dus iets anders dan 100 gram kipfilet! Een kipfilet bestaat voor ongeveer 20% uit puur eiwit). Als gemiddelde man (181 cm) hou je dagelijks minimaal 140 gram eiwitten aan. Over het belang van voldoende eiwitten lees je meer in deze post.

Gezonde vetten haal je uit dezelfde bronnen als eiwitten en daarnaast uit kokos, noten, avocado en olijf, incl. de oliën uit deze bronnen. Vermijd alle overige plantaardige oliën (zoals zonnebloemolie, raapolie, sesamolie), omdat deze een heel ongunstige omega 3/6 ratio hebben en daardoor ontstekingen triggeren. Daarnaast zijn ze vaak zwaar geraffineerd in het verwerkingsproces, wat niet bijdraagt aan de kwaliteit ervan. Meer over gezonde vetten lees je in deze post. Een vrouw met een lengte van 169 kan dagelijks tussen de 75 en 175 gram vet eten, afhankelijk van je doel (afvallen, aankomen of op gewicht blijven). Een 181 cm lange man kan tussen de 105 en 244 gram vetten eten.

Overigens ben ik geen fan van het statisch toepassen van de genoemde getallen. Ze zijn een goede leidraad, maar ieder lichaam is anders en heeft andere behoeften. Een gezond persoon heeft heel andere behoeften dan iemand die ziek is, bijvoorbeeld. Iemand die een heel actief leven leidt, heeft andere behoeften dan iemand die vooral zit. Bovendien heb je niet altijd en iedere dag dezelfde behoefte aan dezelfde voedingsstoffen. Dat geldt zeker voor vrouwen (lang leve de hormonen!).  Volg je mijn coachingsprogramma BOOST!, dan kijk ik samen met jou wat voor jou een optimale verdeling is van voedingsstoffen en volgen we samen op de voet wat het aanpassen van je voeding met je doet.

Ik heb in de loop der jaren geleerd om goed naar mijn lijf te luisteren. Ik volg wat het aangeeft nodig te hebben. Soms snak ik een hele dag naar kip en vis; prima. Soms kijkt het verse zomerfruit mij zó smekend aan (“eet mij! eet mij!”) dat ik dat niet kan weerstaan; ook prima. Zo lang ik me goed voel, een helder hoofd heb en bergen energie, lijkt een ketogene basis met eten naar behoefte me een fantastisch uitgangspunt ;-).

Heb je vragen, wil je meer weten, heb je wel oren naar (veel) meer energie? Trek even aan de bel via www.voedenderwijs.nl/contact.

~ Femke
www.voedenderwijs.nl

 

 

 

 

Less is more: meer energie door minder suiker

Yes, you read that right! Gek hè! Hoewel suiker (in de vorm van glucose) brandstof en dus energie is voor je lijf, krijg je méér energie van het eten van mìnder suiker (koolhydraten). Komt doordat ons lijf niet gemaakt is voor het verwerken van excessieve hoeveelheden koolhydraten. Die 200 gram koolhydraten per dag die je van het Voedingscentrum mag eten, is echt way too much. Zo’n 80 gram per dag kan je lijf handelen, meer niet. Van meer word je moe.

Dat werkt zo. Koolhydraten worden in je lichaam afgebroken tot glucose. Glucose wordt verbrand in de cellen en levert zo energie. Daar kunnen je cellen dan weer van doen wat ze moeten doen. Tot dusver niets aan de hand. Cellen kunnen echter niet onbeperkt glucose verbranden. Genoeg is genoeg; als ze vol zitten met energie dan willen ze niet nog méér. Nu zou je denken: geen probleem, want als er dan nog glucose over is, dan heb je een voorraadje voor als cellen weer energie nodig hebben. Maar zo werkt het jammergenoeg dus niet. Glucose heeft de vervelende eigenschap dat het je bloedvaten beschadigt. Je lijf wil dit zo snel mogelijk de bloedbaan uit hebben. Niet gebruikte glucosemoleculen worden daarom afgevoerd naar de lever en aldaar omgezet in vet. Zo worden ze in feite opgeslagen voor later gebruik. Handig? Ooit, In Den Oer, wel. Voedsel was toen eerder schaars dan overvloedig aanwezig; als er dus eens meer dan genoeg was, dan was het handig als je lijf flink wat kon opslaan voor een komende barre tijd. In Den Huidige Tijd hebben we niet meer zo’n last van  schaarste. Sparen is dus ook niet meer echt nodig. Helaas werkt het systeem nog hetzelfde en sparen we ondanks overvloed lekker door.

Dat opgeslagen vet, daar heb je niet zoveel aan als je het niet fatsoenlijk kunt verbranden.”A moment on the lips, forever on the hips” wordt dan nog werkelijkheid ook ;-)… En als je lijf gewend is om te functioneren op glucose (koolhydraten dus), dan zal het niet zo makkelijk te porren zijn om vet te gaan gebruiken als energiebron. Vet verbranden is een lastiger proces dan glucose verbranden. Vet verbranden kost iets meer energie dan glucose verbranden. Het levert trouwens wel veel meer energie op dan glucoseverbranding, maar het lichaam kijkt meestal niet vooruit: het moet het doen met wat er is. Zo lang er glucose is, zal het glucose als brandstof gebruiken. Een default-plan, noemen we dat.

Wil je van dat opgeslagen vet af, dan zal je je lijf moeten dwingen om over te schakelen op vetverbranding. Dat kost wat moeite, maar het levert je ook heel veel op. Energie vooral. En dat was nou precies wat je wilde, toch?!

Het gebruiken van vet als voornaamste brandstof, vetverbanding dus, heet “ketose”. Bij de verbranding van vetzuren ontstaan “ketonen” als bijproduct, vandaar de naam. Produceer je eenmaal ketonen (dat is onder andere te meten in je urine met behulp van zogenaamde ketostix), dan weet je dus dat je vet aan het verbranden bent. Handuuuuugggg! De ketonen kunnen zelf ook als brandstof worden gebruikt. Met name de hersenen gebruiken die graag. En dat merk je meteen in je hoofd!

Meer energie is één ding, maar er zijn nog andere redenen waarom goed vet kunnen verbranden een goed idee is:

  • het helpt je bij het verliezen van gewicht. Je lijf kan, als je eenmaal fat-adapted bent, oftewel als je goed in staat bent om vetten als brandstof te gebruiken, de in je lichaam opgeslagen vetten gebruiken als brandstof. Door minder vetten te eten, dwing je je lichaam de opgeslagen vetten te verbranden en daardoor val je af.
  • het heeft het een gunstig effect op veel chronische ziektebeelden en ernstige ziekten zoals kanker. Kankercellen kunnen uitsluitend glucose verbranden. Door ze deze brandstof te onthouden, kunnen ze zichzelf dus niet meer goed in stand houden. Bij andere ziektebeelden, waarbij het immuunsysteem actief is, heeft je lijf veel glucose nodig om het immuunsysteem aan de gang te houden. Ook dat kan nou eenmaal uitsluitend op glucose draaien. Als je goed vetten kunt verbranden, kan alle beschikbare glucose naar het immuunsysteem en draaien andere systemen op vetten. Daardoor vindt geen strijd meer plaats om de beschikbare energie: er is genoeg voor iedereen. En dat voel je!

Wat je kunt doen om je vetverbranding weer aan te zetten? Daarover vertel ik je volgende week alles!

Meer weten? Ik hoor graag van je!

~ Femke
www.voedenderwijs.nl

 

7 tips waarmee je verandering volhoudt

Veranderen is moeilijk. Veranderen is soms eng. Je gaat iets anders doen dan je deed en weet niet altijd wat je te wachten staat. Je kunt er natuurlijk voor kiezen lekker in je comfortzone te blijven en te doen wat je altijd al deed. Dan verandert er niets. Dan krijg je wat je altijd al kreeg. Wil je dat niet meer? Dan zul je echt de sprong moeten wagen. Ik ging je voor. Ik wilde meer energie. Ik veranderde mijn complete leefstijl. Ik klom over bergen en kroop door dalen. Gaandeweg verzamelde ik deze tips:

  1. Begin klein. De kleinste veranderingen hebben de grootste impact. Als je klein begint, is de kans op succes het grootst. Wil je gezonder gaan leven? Verander dan niet meteen je hele leefstijl, maar begin met een onderdeel. Voeding bijvoorbeeld. Of beweging. Of stress. Maar niet allemaal tegelijk. Dan werk je ook aan stress, maar op de verkeerde manier ;-).
  2. Begin makkelijk. Maak het jezelf niet onnodig moeilijk door iets te veranderen waarvan je al wel weet dat je dat enorm veel moeite gaat kosten. Ga voor de makkelijkste en bouw de moeilijkheidsgraad op. Wil je meer gaan bewegen? Ga dan niet meteen 3 x per week anderhalf uur naar de sportschool, als je (bijvoorbeeld door eerdere pogingen ;-)) weet dat je dat toch niet volhoudt. Iedere dag thuis 7 minuten trainen (om maar eens wat te noemen) is veel makkelijker vol te houden.
  3. Begin met een plan. Bedenk van tevoren wat je valkuilen zijn als je een bepaalde gewoonte verandert. Bedenk daar ook alvast oplossingen voor. Ga je bijvoorbeeld aan de slag met gezonde voeding, gooi alle ongezonde troep dan weg. En haal het niet meer in huis. Zorg dat er altijd meer dan genoeg gezonds voorhanden is om je aan te buiten te gaan op een moment van zwakte.
  4. Hou bij hoe het gaat. Dagelijks. Koop een mooi schrift waarin je je plan opschrijft. Hou bij wat je allemaal is gelukt. Victory!! Ook fijn om naar terug te bladeren in het geval van een dip.
  5. Zorg voor sociale controle: schakel anderen in om je aan je nieuwe gewoonte te houden. Je partner, je kinderen, je vriendin, je schoonmoeder… Laat ze dagelijks vragen hoe het ervoor staat. Tot je gek wordt van het gezeur ;-).
  6. Beloon jezelf. Maak het leuk. Doe het ergens voor. Dat vergroot je motivatie. Maand niet gesnoept? Lekker uit eten. Twee weken dagelijks gewandeld? Tijd voor nieuwe wandelschoenen. Hele week om 22.00 u gaan slapen. Dagje sauna. You name it!
  7. Lach om je missers. Bekijk je hele veranderproces met een beetje humor. Misser begaan? Lach erom. Niets menselijks is ons vreemd. Pak de draad gewoon weer op!

Ben jij er klaar voor? Klaar voor verandering? Klaar voor meer energie? Klaar voor een BOOST!? Maak kennis met mijn programma: vraag de introductieles aan!

Spreek ik je snel?

~ Femke
www.voedenderwijs.nl

Grip op je schild(ge)klier

Mijn vorige blog gaf een heleboel informatie over schildklierproblemen. Herkende je jezelf daarin? En als je daar nou last van hebt, wat kan je dan zelf doen? Ik geef je 5 praktische tips:

Tip 1
Krijg voldoende voedingsstoffen binnen die nodig zijn voor de werking van de schildklier:
Eiwitten en specifiek de aminozuren L-tyrosine en L-phenylalanine. Deze vind je in dierlijke eiwitten, zoals vis en gevogelte. Hoe meer beweging de dieren hebben gehad, hoe meer spieren en dus eiwitten ze bevatten.
De mineralen selenium, jodium, zink, koper, mangaan. De eerste vier vind je vooral in zeevoeding (vis, schaal- en schelpdieren, zeewier) en in mindere mate ook in groenten. Mangaan komt voor in groenten (artisjokken, asperges, spinazie, boerenkool en rode bietjes), in fruit (druiven, perziken, rode en zwarte bessen, frambozen en bananen) en in cacao, rode wijn en thee.
De vitaminen A, B, C, D en E. Vitamine A, D en E komen vooral voor in dierlijke producten en met name levertraan. Vitamine A komt ook voor in felgekleurde (groen, geel, rood, oranje) groenten en fruit. De grootste bron van vitamine D is zonlicht. Vitamine E komt ook voor in meervoudig onverzadigde oliën, zaden en noten. De B-vitaminen vind je in dierlijke producten en met name orgaanvlees, in noten en in paddestoelen. Vitamine B6 en B11 vind je, evenals vitamine C, ook in groenten en fruit.
Anti-oxidanten: vitamine E, vitamine C, gluthation en indirecte anti-oxidanten. Gluthation komt voor in verse groenten en fruit, vis- en vleesproducten, maar met name asperges, avocado, en walnoten. Indirecte anti-oxidatieve stoffen zijn resveratrol (uit druiven en rode wijn), alliicine (uit knoflook), curcumine (uit geelwortel) en sulforafaan (uit broccoli).

Tip 2
Beperk je stress (of ga er anders mee om).
Stress is een belangrijke oorzaak van schildklierproblemen. Is stress een ding in jouw leven? Maak je je snel druk? Welke stressbronnen kan je met een simpele, praktische oplossing wegnemen? Hoe kan je stress vermijden? En: als de stressbron niet te vermijden is, hoe kan je dan je houding ten aanzien van deze bron veranderen?  Je kunt bijvoorbeeld letterlijk besluiten je niet meer druk te maken over iets dat toch niet opgelost kan worden. Het is zoals het is, laat het los, laat het gaan ;-)… Kom je niet los van de stress, dan is het goed om samen met iemand te kijken naar hoe je het kunt aanpakken.

Tip 3
Los onderliggende problemen met je immuunsysteem op.
Een van de grootste triggers voor chronische activatie van het immuunsysteem is dat er voortdurend stoffen via de darmwand in je lichaam komen waarvan dat niet de bedoeling is. Verhoogde doorlaatbaarheid van de darm vraagt twee aandachtspunten: goed letten op je voeding en het helen van de darm. Voeding (tip 1) is hier cruciaal, maar ook het aanpakken van stress (tip 2) speelt een belangrijke rol. Naast het weglaten van schadelijke voeding is het van belang dat je voldoende voeding toevoegt die je darmen helpt te herstellen en die je immuunsysteem tot rust brengt. Het aminozuur L-glutamine is belangrijk voor de darmen; veruit de belangrijkste bron is bouillon getrokken van botten van rund of kip. Om het immuunsysteem tot rust te brengen is het belangrijk dat je veel bronnen van omega-3 eet: vette vis, schaal- en schelpdieren dus. Eet daarnaast ruim wortel- en knolgewassen; deze bevatten stoffen met ontstekingsremmende werking.

Tip 4
Los leptineresistentie als oorzaak van je schildklierproblemen op.
Hoe weet je of je leptine resistent bent? Een van de belangrijkste symptomen is een stoornis in je hongergevoel. Heb je de hele dag door honger (je moet wel 8 keer per dag iets eten) of heb je juist helemaal nooit honger? De oplossing is voor een deel gelegen in het aanpassen van je voedingspatroon en dan vooral het verminderen van het aantal eetmomenten. Probeer eens grotere, voedzamere porties te eten en dan minder vaak op een dag. Daarnaast zijn overnight fasting (gedurende 13 tot 16 uur, van na je avondeten tot je ontbijt, niets meer eten of drinken (anders dan thee of water)) en nuchter bewegen (dus sporten of wat intensieve lichamelijke oefeningen doen voordat je gaat eten) belangrijke factoren in het onder controle krijgen van leptineresistentie. Tot slot is aandacht voor je bioritme van belang om leptineresistentie op te lossen. Meer over het bioritme lees je in mijn eerdere blogpost over dat onderwerp. De tips die ik daarin geef over het aanpassen naar de wintertijd, zet ik ook in bij het herstellen van het bioritme. Daarnaast kan je gebruikmaken van melatonine, maar ga daar niet zomaar zelf mee rommelen. Vraag altijd advies aan een deskundige.

Tip 5
Heb je Hashimoto of Graves, dan is het extra belangrijk dat je alle immuuntriggers in je voeding vermijdt. Het Auto-immuunprotocol is dan een goed uitgangspunt. Voeg daarnaast zoveel mogelijk voeding toe die de darmen en het immuunsysteem ondersteunen (tip 3). Vermijd bij Hashimoto te allen tijde het eten van tarwe en zoogdiervlees (rund, varken, schaap, etc.) als directe triggers van deze ziekte.

Helpen deze tips je verder? Of heb je nog vragen? Laat het weten in een reactie!